Openbaring 4-22 (Christus Zijn plan voor de toekomst)
Introductie
God gaf Johannes de openbaring van Jezus Christus om te laten zien ‘wat er spoedig moet gebeuren’. Het boek is waarschijnlijk geschreven tussen 90 en 95 na Christus, toen Johannes werd verbannen naar het eiland Patmos. Het boek was gericht aan de zeven kerken in de provincie Azië.
In deze studie gaan we de boodschap onderzoeken die Jezus had voor de kerken in de tijd van Johannes en hoe deze boodschap een beeld geeft van Christus’ plan voor de toekomst. We zullen zien dat Jezus de controle heeft over de gebeurtenissen die gaan plaatsvinden en dat we niet hoeven te zijn voor wat er nog te wachten staat. We mogen voor Jezus leven en Hem laten zien in een steeds donkerder wordende wereld.
In deze studie behandelen we grote delen van het boek Openbaring om een glimp op te vangen van Gods plan voor de toekomst. Het is veel informatie. Bepaal samen met je groep aan welke onderwerpen je de meeste aandacht wilt besteden.
Het doel van deze studie is om een korte samenvatting te geven van het boek Openbaring, de inhoud, de belangrijkste thema’s en hoe verschillende geloofsstromingen het boek Openbaring uitleggen. Om het hele boek grondig te bestuderen, zou je veel langere tijd nodig hebben.
De hoofdthema’s van het boek zijn samengevat en omschreven in het bijgevoegde document “Openbaring handout”. De PowerPoint bijlage geeft uitleg over de vier hoofdvisies van het boek Openbaring (er zijn aanvullende opmerkingen onderaan het antwoordenblad om deze uitleg te ondersteunen en dat er vier visies zijn over wanneer de Opname zal plaatsvinden).
Hieronder zijn de vragen (en, voor de leiders ook antwoorden) voor verder onderzoek. Het kost te veel tijd om alle vragen en antwoorden te behandelen. Overleg met de groep of er specifieke gebieden zijn die zij beter willen begrijpen en concentreer je op die vragen en antwoorden.
Vragen
1. Lees Openbaring 4 & 5. Beschrijf wat Johannes ziet.
2. Lees Openbaring 6. Beschrijf de uitkomsten van deze zes zegels. Vergelijk dit met Lukas 21:5-28.
3. Lees Openbaring 7. Wie zijn de 144.000 en wie zien we rondom de troon?
4. Lees Openbaring 8 en 9. Beschrijf de gebeurtenissen die plaatsvinden tijdens de 6 trompetten die in deze hoofdstukken worden beschreven. Wat is het verschil tussen de eerste vier trompetten en de laatste twee?
5. Lees Openbaring 11. Welke gebeurtenissen vinder er plaats? Wie zijn de twee getuigen?
6. Lees Openbaring 13. Wat wordt hier beschreven?
7. Lees Openbaring 15 & 16. Wie is er in de hemel en wat gebeurt er op aarde?
8. Lees Openbaring 17-18. Wie wordt hier beschreven, wat symboliseert zij en wat gebeurt er met haar?
9. Lees Openbaring 19. Wie wordt hier beschreven en wat doet Hij?
10. Lees Openbaring 20. Welke tijd wordt hier beschreven?
11. Lees Openbaring 21-22. Hoe zullen de Nieuwe Hemel en de Nieuwe Aarde eruitzien?
Antwoorden
1. Lees Openbaring 4 & 5. Beschrijf wat Johannes ziet?
Openbaring 4:1 Hierna zag ik, en zie, er was een deur geopend in de hemel. En de eerste stem die ik als van een bazuin met mij had horen spreken, zei: Kom hier, omhoog, en Ik zal u laten zien wat hierna moet geschieden.
2. En meteen raakte ik in geestvervoering. En zie, er stond een troon in de hemel, en op de troon zat Iemand.
3. En Hij Die daar zat, zag eruit als de stenen jaspis en sardius. En er was een regenboog rondom de troon, die eruitzag als een smaragd.
4. En rondom de troon stonden vierentwintig tronen. En op de tronen zag ik de vierentwintig ouderlingen zitten, bekleed met witte kleren, en met gouden kronen op hun hoofd.
5. En uit de troon kwamen bliksemstralen, donderslagen en stemmen. En er stonden zeven vurige fakkels te branden vóór de troon. Dit zijn de zeven Geesten van God.
6. En vóór de troon was een glazen zee, als kristal. En in het midden van de troon en om de troon heen waren vier dieren, vol ogen van voren en van achteren.
7. En het eerste dier leek op een leeuw, het tweede dier leek op een kalf, het derde dier had het gezicht als van een mens, en het vierde dier leek op een vliegende arend.
8. En de vier dieren hadden elk voor zich zes vleugels rondom, en vanbinnen waren die vol ogen. Ze hadden geen rust en zeiden dag en nacht: Heilig, heilig, heilig is de Heere God, de Almachtige, Die was, Die is, en Die komt!
9. En telkens wanneer de dieren heerlijkheid, eer en dank brachten aan Hem Die op de troon zat en Die leeft in alle eeuwigheid,
10. wierpen de vierentwintig ouderlingen zich neer voor Hem Die op de troon zat, aanbaden Hem Die leeft in alle eeuwigheid, en wierpen hun kronen neer vóór de troon en zeiden:
11. U bent het waard, Heere, te ontvangen de heerlijkheid, de eer en de kracht, want U hebt alle dingen geschapen, en door Uw wil bestaan zij en zijn zij geschapen.
Openbaring 5:1 En ik zag in de rechterhand van Hem Die op de troon zat, een boekrol, vanbinnen en vanbuiten beschreven, verzegeld met zeven zegels.
2. En ik zag een sterke engel, die met luide stem uitriep: Wie is het waard de boekrol te openen en zijn zegels te verbreken?
3. Maar er was niemand in de hemel en ook niet op de aarde of onder de aarde die de boekrol kon openen of hem inzien.
4. En ik huilde erg, omdat er niemand werd gevonden die het waard was die boekrol te openen, te lezen of in te zien.
5. En een van de ouderlingen zei tegen mij: Huil niet. Zie, de Leeuw Die uit de stam van Juda is, de Wortel van David, heeft overwonnen om de boekrol te openen en zijn zeven zegels te verbreken.
6. En ik zag, en zie: te midden van de troon en van de vier dieren en te midden van de ouderlingen stond een Lam als geslacht, met zeven hoorns en zeven ogen. Dat zijn de zeven Geesten van God, die uitgezonden zijn over heel de aarde.
7. En Het kwam, en heeft de boekrol genomen uit de rechterhand van Hem Die op de troon zat.
8. En toen Het de boekrol genomen had, wierpen de vier dieren en de vierentwintig ouderlingen zich vóór het Lam neer. Zij hadden elk een citer en gouden schalen vol reukwerk. Dit zijn de gebeden van de heiligen.
9. En zij zongen een nieuw lied en zeiden: U bent het waard om de boekrol te nemen en zijn zegels te openen, want U bent geslacht en hebt ons voor God gekocht met Uw bloed, uit elke stam, taal, volk en natie.
10. En U hebt ons voor onze God gemaakt tot koningen en priesters, en wij zullen als koningen regeren over de aarde.
11. En ik zag, en hoorde een geluid van vele engelen rondom de troon, van de dieren en van de ouderlingen. En hun aantal bedroeg tienduizenden tienduizendtallen en duizenden duizendtallen.
12. En zij zeiden met luide stem: Het Lam Dat geslacht is, is het waard om de kracht te ontvangen, en rijkdom, wijsheid, sterkte, eer, heerlijkheid en dankzegging.
13. En elk schepsel dat in de hemel, op de aarde, onder de aarde en op de zee is, en alles wat daarin is, hoorde ik zeggen: Aan Hem Die op de troon zit, en aan het Lam zij de dankzegging, de eer, de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid.
14. En de vier dieren zeiden: Amen. En de vierentwintig ouderlingen wierpen zich neer en aanbaden Hem Die leeft in alle eeuwigheid.
Johannes ziet een visioen van God in Majesteit op Zijn troon, omringd door speciale aanbidders.
Een waardig Lam (een beeld van Jezus) verschijnt midden op de troon. De oudsten buigen zich om het Lam te aanbidden – Alleen God mag aanbeden worden!! – Dit bevestigt dus dat het Lam (Jezus) God is. De zeven ogen duiden ook op de zeven geesten (de Heilige Geest) die naar de hele aarde zijn uitgezonden.
100.000.000 engelen aanbidden en prijzen het Lam.
Ieder schepsel in de hemel en op aarde en in de zee aanbidt en prijst het Lam.
2. Lees Openbaring 6. Beschrijf de uitkomsten van deze zes zegels. Vergelijk dit met Lukas 21:5-28.
Openbaring 6:1 En ik zag hoe het Lam het eerste van de zegels opende en ik hoorde een van de vier dieren met een stem als van een donderslag zeggen: Kom en zie!
2. En ik zag en zie, een wit paard, en Hij Die erop zat, had een boog. En Hem was een kroon gegeven en Hij trok uit, overwinnend en om te overwinnen.
3. En toen het Lam het tweede zegel geopend had, hoorde ik het tweede dier zeggen: Kom en zie!
4. En een ander paard, dat rood was, trok uit, en aan hem die erop zat, werd macht gegeven de vrede van de aarde weg te nemen, en te maken dat men elkaar zou afslachten. En hem werd een groot zwaard gegeven.
5. En toen het Lam het derde zegel geopend had, hoorde ik het derde dier zeggen: Kom en zie! En ik zag, en zie, een zwart paard, en hij die erop zat, had een weegschaal in zijn hand.
6. En ik hoorde te midden van de vier dieren een stem zeggen: Een maat tarwe voor een penning en drie maten gerst voor een penning. En breng de olie en de wijn geen schade toe.
7. En toen het Lam het vierde zegel geopend had, hoorde ik de stem van het vierde dier zeggen: Kom en zie!
8. En ik zag, en zie: een grauw paard en die erop zat, zijn naam was de dood, en het rijk van de dood volgde hem. En hun werd macht gegeven over het vierde deel van de aarde om te doden met het zwaard, met honger, met de dood en door de wilde dieren van de aarde.
9. En toen het Lam het vijfde zegel geopend had, zag ik onder het altaar de zielen van hen die geslacht waren omwille van het Woord van God, en omwille van het getuigenis dat zij hadden.
10. En zij riepen met luide stem: Tot hoelang, heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt U ons bloed niet aan hen die op de aarde wonen?
11. En aan ieder van hen werd een lang wit gewaad gegeven. En tegen hen werd gezegd dat zij nog een korte tijd moesten rusten, totdat ook het aantal van hun mededienstknechten en hun broeders, die evenals zij gedood zouden worden, volledig zou zijn geworden.
12. En ik zag toen het Lam het zesde zegel geopend had, en zie, er kwam een grote aardbeving, en de zon werd zwart als een haren zak, en de maan werd als bloed,
13. en de sterren van de hemel vielen op de aarde, zoals een vijgenboom zijn onrijpe vijgen afwerpt als hij door een harde wind wordt geschud.
14. En de hemel week terug als een boekrol die wordt opgerold. En alle bergen en alle eilanden werden van hun plaats gerukt.
15. En de koningen van de aarde, de groten, de rijken, de oversten over duizend, de machtigen en alle slaven en vrije mensen verborgen zich in de grotten en tussen de rotsen in de bergen.
16. En zij zeiden tegen de bergen en de rotsen: Val op ons en verberg ons voor het aangezicht van Hem Die op de troon zit, en voor de toorn van het Lam.
17. Want de grote dag van Zijn toorn is aangebroken en wie kan dan staande blijven?
De zeven zegels omvatten de verschijning van de Antichrist (Openbaring 6:1–2), grote oorlogvoering (Openbaring 6:3–4), hongersnood (Openbaring 6:5–6), plagen (Openbaring 6:7–8), het martelaarschap van gelovigen in Christus (Openbaring 6:9-11), een grote aardbeving die verschrikkelijke verwoestingen veroorzaakt, en onrust in het heelal (Openbaring 6:12-14). Het is te begrijpen wanneer zij, die de zes zegels overleven, uitroepen: “Val op ons en verberg ons voor het aangezicht van Hem die op de troon zit en voor de toorn van het Lam! Want de grote dag van hun toorn is aangebroken, en wie kan standhouden? (Openbaring 6:16–17).
Vergelijk dit met Lukas 21:5-28.
Lukas 21:5 En toen sommigen over de tempel zeiden dat hij met prachtige stenen en aan God gewijde geschenken versierd was, zei Hij:
6. Wat betreft deze dingen waarnaar u kijkt: Er zullen dagen komen waarin niet één steen op de andere steen gelaten zal worden die niet afgebroken zal worden.
7. En zij vroegen Hem: Meester, wanneer zal dat dan zijn en wat is het teken dat deze dingen zullen gebeuren?
8. En Hij zei: Pas op dat u niet misleid wordt, want velen zullen komen onder Mijn Naam en zeggen: Ik ben de Christus, en: De tijd is nabijgekomen. Ga hen dan niet achterna.
9. En wanneer u zult horen van oorlogen en allerlei oproer, wees dan niet verschrikt. Want deze dingen moeten eerst geschieden, maar dat betekent niet meteen het einde.
10. Toen zei Hij tegen hen: Het ene volk zal tegen het andere volk opstaan en het ene koninkrijk tegen het andere koninkrijk;
11. en er zullen grote aardbevingen zijn in verschillende plaatsen, hongersnoden en besmettelijke ziekten. Er zullen ook verschrikkelijke dingen en grote tekenen vanuit de hemel plaatsvinden.
12. Maar vóór dit alles zullen ze de handen aan u slaan en u vervolgen, door u over te leveren in de synagogen en gevangenissen, en u zult voor koningen en stadhouders geleid worden omwille van Mijn Naam.
13. En dit zal u overkomen, opdat u zult getuigen.
14. Neem u dan in uw hart voor niet van tevoren te bedenken hoe u zich moet verdedigen.
15. Want Ik zal u mond en wijsheid geven die al uw tegenstanders niet zullen kunnen weerspreken of weerstaan.
16. En u zult ook door ouders, broers, familieleden en vrienden overgeleverd worden, en zij zullen sommigen van u doden.
17. En u zult omwille van Mijn Naam door allen gehaat worden.
18. Maar er zal beslist geen haar van uw hoofd verloren gaan.
19. Door uw volharding zult u uw leven verkrijgen.
20. Wanneer u zult zien dat Jeruzalem door legers omringd wordt, weet dan dat zijn verwoesting nabij is.
21. Laten dan wie in Judea zijn, vluchten naar de bergen en wie in het midden van Jeruzalem zijn, daaruit wegtrekken en wie op de velden zijn, er niet in gaan.
22. Want dit zijn dagen van wraak, opdat al wat geschreven staat, vervuld wordt.
23. Maar wee de zwangeren en de zogenden in die dagen, want er zal grote nood zijn in het land en toorn over dit volk.
24. En zij zullen vallen door de scherpte van het zwaard en in gevangenschap weggevoerd worden onder alle heidenen. En Jeruzalem zal door de heidenen vertrapt worden, totdat de tijden van de heidenen vervuld zullen zijn.
25. En er zullen tekenen zijn in zon, maan en sterren, en op de aarde benauwdheid onder de volken, in radeloosheid vanwege het bulderen van zee en golven.
26. En het hart van de mensen zal bezwijken van vrees en verwachting van de dingen die de wereld zullen overkomen, want de krachten van de hemelen zullen heftig bewogen worden.
27. En dan zullen zij de Zoon des mensen zien komen in een wolk, met grote kracht en heerlijkheid.
28. Wanneer nu deze dingen beginnen te geschieden, kijk dan omhoog en hef uw hoofd op, omdat uw verlossing nabij is.
Deze profetie komt direct uit de mond van Jezus. Er zijn veel overeenkomsten die plaatsvinden: Misleidingen, veel oorlogen, hongersnoden, besmettelijke ziekten en grote tekenen in de hemel.
Opmerking: Lees vers 28 – dit verwijst naar een redding voordat de grote verdrukking begint.
3. Lees Openbaring 7. Wie zijn de 144.000 en wie zien we rondom de troon?
Openbaring 7:1 Hierna zag ik vier engelen staan op de vier hoeken van de aarde. Zij hielden de vier winden van de aarde tegen, opdat er geen wind zou waaien op de aarde, of op de zee of tegen enige boom.
2. En ik zag een andere engel opkomen vanwaar de zon opgaat, met het zegel van de levende God. En hij riep met luide stem tegen de vier engelen aan wie het gegeven was de aarde en de zee schade toe te brengen,
3. en zei: Breng geen schade toe aan de aarde, en ook niet aan de zee en de bomen, totdat wij de dienaren van onze God aan hun voorhoofd verzegeld hebben.
4. En ik hoorde het aantal van hen die verzegeld waren: honderdvierenveertigduizend waren er verzegeld uit alle stammen van de Israëlieten.
5. Uit de stam Juda waren er twaalfduizend verzegeld, uit de stam Ruben waren er twaalfduizend verzegeld, uit de stam Gad waren er twaalfduizend verzegeld,
6. uit de stam Aser waren er twaalfduizend verzegeld, uit de stam Naftali waren er twaalfduizend verzegeld, uit de stam Manasse waren er twaalfduizend verzegeld,
7. uit de stam Simeon waren er twaalfduizend verzegeld, uit de stam Levi waren er twaalfduizend verzegeld, uit de stam Issaschar waren er twaalfduizend verzegeld,
8. uit de stam Zebulon waren er twaalfduizend verzegeld, uit de stam Jozef waren er twaalfduizend verzegeld, en uit de stam Benjamin waren er twaalfduizend verzegeld.
9. Hierna zag ik en zie, een grote menigte, die niemand tellen kon, uit alle naties, stammen, volken en talen, stond vóór de troon en vóór het Lam, bekleed met witte gewaden en palmtakken in hun hand.
10. En zij riepen met een luide stem: De zaligheid is van onze God, Die op de troon zit, en van het Lam!
11. En alle engelen stonden rondom de troon, de ouderlingen en de vier dieren. Zij wierpen zich vóór de troon neer met hun gezicht ter aarde en aanbaden God,
12. en zeiden: Amen. De lofprijzing, de heerlijkheid, de wijsheid, de dankzegging, de eer, de kracht en de sterkte is aan onze God tot in alle eeuwigheid. Amen.
13. En een van de ouderlingen antwoordde en zei tegen mij: Dezen, die bekleed zijn met witte gewaden, wie zijn zij en waar zijn zij vandaan gekomen?
14. En ik zei tegen hem: U weet het, mijn heer. En hij zei tegen mij: Dezen zijn het die uit de grote verdrukking komen; en zij hebben hun gewaden gewassen en ze hebben hun gewaden wit gemaakt in het bloed van het Lam.
15. Daarom zijn zij vóór de troon van God, en dienen Hem dag en nacht in Zijn tempel. En Hij Die op de troon zit, zal Zijn tent over hen uitspreiden.
16. Zij zullen geen honger of dorst meer hebben, en geen zonnesteek of enige hitte zal hen treffen.
17. Want het Lam, Dat in het midden van de troon is, zal hen weiden en zal hen geleiden naar de levende waterbronnen. En God zal alle tranen van hun ogen afwissen.
144.000 Joden uit de twaalf Joodse stammen.
De 144.000 zijn Joden uit de stammen van Israël, terwijl de menigte in de hemel mensen zijn uit elke stam en natie. Johannes ziet de groep van 144.000 op aarde (verzen 1–3) en een talloze menigte in de hemel (vers 9). Het lijkt erop dat de missie van de 144.000 zal zijn om de wereld, na de opname, te evangeliseren en het evangelie te verkondigen tijdens de verdrukking.
Merk op dat dit visioen plaatsvindt na de verkondiging van de komst van de toorn van God (het einde van de zes zegels Openbaring 6:17) en vóór de 7 trompetten (het begin van de uitstorting van Gods toorn). Dit suggereert dat deze heiligen de toorn van God niet zullen ondergaan gedurende de bazuin- of schaaloordelen.
Johannes beschrijft een enorme bijeenkomst van mensen die voor de troon van het Lam in de hemel staan, witte gewaden dragen en vreugdevol feest vieren met palmtakken, terwijl ze God met luide stem aanbidden. Wie is deze groep mensen? Deze multi-etnische, cultureel diverse groep met mensen die meerdere talen spreken en verschillende landen, natiën en stammen vertegenwoordigen? Het antwoord wordt gegeven in Openbaring 7:14: “Dit zijn zij die uit de grote verdrukking zijn gekomen; zij hebben hun gewaden gewassen en zijn wit gemaakt in het bloed van het Lam.’
Zij worden, door geloof in Jezus Christus, uit de Grote Verdrukking gered.
De vraag is dus, wanneer gebeurt de opname? Is dit voor het eerste zegel of is dit voor de zevende zegel?
In ander woorden: Is dit tijdens de tijd van de verdrukking, maar vóór de tijd van Gods toorn??
4. Lees Openbaring 8 en 9. Beschrijf de gebeurtenissen die plaatsvinden tijdens de 6 trompetten die in deze hoofdstukken worden beschreven. Wat is het verschil tussen de eerste vier trompetten en de laatste twee?
Openbaring 8:1 En toen het Lam het zevende zegel geopend had, kwam er een stilte in de hemel van ongeveer een halfuur.
2. En ik zag de zeven engelen die vóór God stonden en aan hen werden zeven bazuinen gegeven.
3. En er kwam een andere engel, die met een gouden wierookvat bij het altaar ging staan. Aan hem werd veel reukwerk gegeven, opdat hij dat samen met de gebeden van alle heiligen op het gouden altaar vóór de troon zou leggen.
4. En de rook van het reukwerk steeg, met de gebeden van de heiligen, uit de hand van de engel op tot vóór God.
5. En de engel nam het wierookvat en vulde dat met het vuur van het altaar en wierp het op de aarde, en er kwamen stemmen, donderslagen, bliksemstralen en een aardbeving.
6. En de zeven engelen die de zeven bazuinen hadden, gingen zich gereedmaken om op de bazuin te blazen.
7. En de eerste engel blies op de bazuin, en er kwam hagel en vuur, vermengd met bloed, en dat werd op de aarde geworpen. En het derde deel van de bomen verbrandde, en al het groene gras verbrandde.
8. En de tweede engel blies op de bazuin, en er werd iets als een grote berg, die van vuur brandde, in de zee geworpen. En het derde deel van de zee werd bloed.
9. En het derde deel van de schepselen in de zee, die leven hadden, stierf. En het derde deel van de schepen verging.
10. En toen de derde engel op de bazuin blies, viel er een grote ster uit de hemel, die brandde als een fakkel. Hij viel op het derde deel van de rivieren en op de waterbronnen.
11. En de naam van de ster was Alsem. En het derde deel van de wateren veranderde in alsem. En veel mensen stierven van dat water, omdat het bitter was geworden.
12. De vierde engel blies op de bazuin, en het derde deel van de zon werd getroffen, en het derde deel van de maan en het derde deel van de sterren, zodat het derde deel daarvan verduisterd werd, en zodat de dag voor een derde deel niet licht werd, en de nacht evenmin.
13. En ik zag en hoorde één engel, die hoog aan de hemel vloog en met een luide stem riep: Wee, wee, wee hun die op de aarde wonen, vanwege de overige bazuinstoten van de drie engelen die nog op de bazuin zullen blazen.
Openbaring 9:1 En de vijfde engel blies op de bazuin, en ik zag een ster, uit de hemel op de aarde gevallen. En hem werd de sleutel van de put van de afgrond gegeven.
2. En hij opende de put van de afgrond, en er steeg rook op uit de put als rook van een grote oven. En de zon en de lucht werden verduisterd door de rook van de put.
3. En uit de rook kwamen sprinkhanen op de aarde, en hun werd macht gegeven, zoals de schorpioenen van de aarde macht hebben.
4. En tegen hen werd gezegd dat ze geen schade mochten toebrengen aan het gras van de aarde, of welke groene plant of welke boom dan ook, maar alleen aan de mensen die het zegel van God niet op hun voorhoofd hadden.
5. En hun werd macht gegeven, niet om hen te doden, maar om hen te pijnigen, vijf maanden lang. Hun pijniging was als de pijniging door een schorpioen, wanneer hij een mens steekt.
6. En in die dagen zullen de mensen de dood zoeken maar die niet vinden. En zij zullen ernaar verlangen te sterven, maar de dood zal van hen wegvluchten.
7. En de sprinkhanen zagen eruit als paarden die voor de oorlog gereedgemaakt zijn. En op hun koppen droegen zij kransen als van goud, en hun gezichten leken op gezichten van mensen.
8. En zij hadden haar als haar van vrouwen, en hun tanden waren als tanden van leeuwen.
9. En zij hadden borstharnassen van ijzer, en het geluid van hun vleugels was als het geluid van wagens met veel paarden die ten strijde snellen.
10. En zij hadden staarten die leken op schorpioenen, en er zaten angels aan hun staarten. En zij hadden de macht om de mensen schade toe te brengen, vijf maanden lang.
11. En zij hadden een koning over zich, de engel van de afgrond. Zijn naam is in het Hebreeuws Abaddon, en in het Grieks heeft hij de naam Apollyon.
12. Het ene wee is voorbijgegaan. Zie, nog twee weeën komen hierna.
13. En de zesde engel blies op de bazuin, en ik hoorde uit de vier hoorns van het gouden altaar dat vóór God stond, één stem komen.
14. Die zei tegen de zesde engel die de bazuin had: Maak de vier engelen los die gebonden zijn bij de grote rivier, de Eufraat.
15. En de vier engelen werden losgemaakt. Zij waren in gereedheid gehouden tegen het uur en de dag en de maand en het jaar dat zij het derde deel van de mensen zouden doden.
16. En het aantal bereden troepen bedroeg tweemaal tienduizend maal tienduizend, en ik hoorde hun aantal.
17. En in dit visioen zag ik de paarden en hen die erop zaten aldus: ze hadden vuurrode en blauwe en zwavelkleurige borstharnassen. En de hoofden van de paarden waren als leeuwenkoppen, en uit hun mond kwam vuur, rook en zwavel.
18. Door deze drie werd het derde deel van de mensen gedood: door het vuur, de rook en de zwavel die uit hun mond kwam.
19. Want hun macht ligt in hun mond en in hun staart, want hun staarten zijn als slangen, met koppen eraan, en daarmee brengen zij schade toe.
20. En de overige mensen, die niet door deze plagen werden gedood, bekeerden zich niet van de werken van hun handen; zij bleven de demonen aanbiddenen de gouden, zilveren, koperen, stenen en houten afgoden, die niet kunnen zien, horen of lopen.
21. Ook bekeerden zij zich niet van hun moorden, hun tovenarij, hun ontucht en het plegen van diefstal.
Het zevende zegel introduceert de zeven bazuinoordelen, waarin hagel en vuur een groot deel van het plantenleven in de wereld vernietigt (Openbaring 8:7), een groot deel van het waterleven in de wereld doodt (Openbaring 8:8-9; 8:10-11), de zon en de maan verduisteren (Openbaring 8:12), een plaag van “demonische sprinkhanen” teweeg brengt die de ongeredden martelen (Openbaring 9:1-11), en de opmars van een demonisch leger dat een derde van de mensheid doodt (Openbaring 9:12-11). 21).
De eerste 4 trompetten zijn natuurverschijnselen. De volgende twee zijn demonische aanvallen.
5. Lees Openbaring 11. Welke gebeurtenissen vinder er plaats? Wie zijn de twee getuigen?
Openbaring 11:1 En mij werd een meetlat gegeven, die op een staf leek. En de engel was erbij komen staan en zei: Sta op en meet de tempel van God, het altaar en hen die daarin aanbidden.
2. Maar laat de buitenste voorhof van de tempel erbuiten en meet die niet, want die is aan de heidenen gegeven. En zij zullen de heilige stad vertrappen, tweeënveertig maanden lang.
3. En Ik zal Mijn twee getuigen macht geven, en zij zullen, in rouwkleding gekleed, twaalfhonderdzestig dagen lang profeteren.
4. Zij zijn de twee olijfbomen en de twee kandelaars, die voor de God van de aarde staan.
5. En als iemand hun schade wil toebrengen, komt er vuur uit hun mond en dat verslindt hun vijanden. En als iemand hun schade wil toebrengen, moet hij op dezelfde manier gedood worden.
6. Zij hebben macht de hemel te sluiten, zodat er geen regen zal vallen in de dagen dat zij profeteren. En zij hebben macht over de wateren om die in bloed te veranderen, en de aarde te treffen met allerlei plagen, zo vaak zij dat willen.
7. En wanneer zij hun getuigenis volbracht hebben, zal het beest dat uit de afgrond opkomt, oorlog met hen voeren en het zal hen overwinnen en hen doden.
8. En hun dode lichamen zullen liggen op de straat van de grote stad, die in geestelijke zin genoemd wordt Sodom en Egypte, waar ook onze Heere werd gekruisigd.
9. En de mensen uit de volken, stammen, talen en naties zullen hun dode lichamen drieënhalve dag zien, en zullen niet toelaten dat hun dode lichamen in het graf gelegd worden.
10. En zij die op de aarde wonen, zullen zich over hen verblijden, en zullen feest gaan vieren en elkaar geschenken sturen, omdat deze twee profeten hen die op de aarde wonen, zo gekweld hadden.
11. En na die drieënhalve dag kwam er een levensgeest uit God in hen en zij gingen op hun voeten staan. En grote vrees overviel hen die hen zagen.
12. En zij hoorden een luide stem uit de hemel tegen hen zeggen: Kom hier omhoog. En zij gingen omhoog naar de hemel, in de wolk, en hun vijanden keken hen na.
13. En op datzelfde uur vond er een grote aardbeving plaats, en het tiende deel van de stad stortte in. En bij die aardbeving werden zevenduizend met name bekende personen gedood. En de overigen werden zeer bevreesd, en gaven eer aan de God van de hemel.
14. Het tweede wee is voorbijgegaan. Zie, het derde wee komt spoedig.
15. En de zevende engel blies op de bazuin, en er klonken luide stemmen in de hemel, die zeiden: De koninkrijken van de wereld zijn van onze Heere en van Zijn Christus geworden, en Hij zal Koning zijn in alle eeuwigheid.
16. En de vierentwintig ouderlingen, die voor God op hun troon zitten, wierpen zich met hun gezicht ter aarde en aanbaden God,
17. en zeiden: Wij danken U, Heere, God de Almachtige, Die is en Die was en Die komt, omdat U Uw grote kracht ter hand hebt genomen en Koning geworden bent.
18. En de volken zijn toornig geworden, en Uw toorn is gekomen en daarmee ook het tijdstip voor de doden om geoordeeld te worden, en om het loon te geven aan Uw dienstknechten, de profeten, en aan de heiligen en aan hen die Uw naam vrezen, de kleinen en de groten, en om hen te vernietigen die de aarde vernietigden.
19. En de tempel van God in de hemel werd geopend en de ark van Zijn verbond werd zichtbaar in Zijn tempel. En er kwamen bliksemstralen, stemmen, donderslagen, een aardbeving en grote hagel.
Heidenen (niet Joden) vertrappen de buitenste voorhoven (van Jeruzalem) voor een tijd van 42 maanden (of 3,5 jaar). De twee getuigen profeteren gedurende 1260 dagen in Jeruzalem (3,5 jaar), geven getuigenis, roepen vuur uit de hemel, stoppen de regen, veranderen het water in bloed en treffen de aarde met plagen. De twee getuigen zullen worden gedood door het beest dat uit de bodemloze put opstijgt (de 5de Trompet). Zal drie en een halve dag dood op straat liggen.
Na drie en een halve dag worden de twee getuigen weer levend. Iedereen die het ziet, zal versteld staan. De twee getuigen zullen in een wolk naar de hemel opstijgen.
Een grote aardbeving vindt dan plaats – een tiende van de stad zal worden verwoest en 7000 mensen zullen daardoor de dood vinden.
Nu is de tweede “wee” voorbij. Dit lijkt te zeggen dat de eerste zes bazuinen plaatsvinden gedurende de drie en een half jaar dat de twee getuigen profeteren.
(De tweede “wee” is de tijd van de 6e bazuin – hierbij komen de engelen die bij de Eufraat vastgebonden waren vrij en verzamelen het 200.000.000 man tellende leger. Door dit leger wordt een derde van de mensheid gedood.
De 5e bazuin daarvoor waren de demonische sprinkhanen, genoemd als de eerste “wee”)
….de derde wee komt snel….dan klinkt de 7e trompet….luide stemmen in de hemel die zeggen dat de koninkrijken van de wereld de koninkrijken van Christus zijn geworden (wat de heerschappij en ondergang van het antichristelijke koninkrijk impliceert)
Het geluid van donder en een aardbeving en grote hagel……
Wie zijn de twee getuigen?
De twee getuigen in Openbaring 11 zullen wonderbaarlijke krachten hebben om hun boodschap te begeleiden (Openbaring 11:6), en niemand zal hen in hun werk kunnen tegenhouden (vers 5). Aan het einde van hun bediening, als ze alles hebben gezegd wat ze moesten zeggen, zal het beest hen doden en zal de goddeloze wereld zich verheugen, waardoor de lichamen van de gevallen profeten op straat zullen liggen (verzen 7-10). Drie en een halve dag later zullen Gods twee getuigen echter opgewekt worden en, in het volle zicht van hun vijanden, naar de hemel opstijgen (verzen 11-12).
Er zijn drie primaire theorieën over de identiteit van de twee getuigen in Openbaring: (1) Mozes en Elia, (2) Henoch en Elia, en (3) twee onbekende gelovigen die God roept om Zijn getuigen in de eindtijd te zijn.
(1) Mozes en Elia worden gezien als mogelijkheden voor de twee getuigen vanwege de specifieke wonderen die Johannes zegt dat de getuigen zullen verrichten. De getuigen zullen de macht hebben om water in bloed te veranderen (Openbaring 11:6), wat een kopie is van een beroemd wonder van Mozes (Exodus 7). En de getuigen zullen de macht hebben om hun vijanden met vuur te vernietigen (Openbaring 11:5), wat overeenkomt met een gebeurtenis in het leven van Elia (2 Koningen 1). Wat deze zienswijze ook kracht geeft, is het feit dat Mozes en Elia beiden met Jezus verschenen bij de transfiguratie (Mattheüs 17:3-4). Verder verwacht de Joodse traditie dat Mozes en Elia zullen terugkeren, gebaseerd op de profetie over de komst van Elia in Maleachi 4:5 en Gods belofte om een profeet als Mozes op te wekken (Deuteronomium 18:15, 18), waarvan sommige Joden geloven dat de terugkeer van Mozes noodzakelijk is. .
(2) Henoch en Elia worden gezien als mogelijkheden voor de twee getuigen vanwege de unieke omstandigheden rond hun vertrek uit de wereld. Henoch en Elia zijn, voor zover wij weten, de enige twee personen die God rechtstreeks naar de hemel heeft gebracht zonder de dood te hebben ervaren (Genesis 5:23; 2 Koningen 2:11). Voorstanders van dit standpunt wijzen op Hebreeën 9:27, waar staat dat alle mensen zijn aangesteld om één keer te sterven. Het feit dat noch Henoch noch Elia tot nu toe de dood hebben ervaren, lijkt hen in aanmerking te laten komen voor de taak van de twee getuigen, die zullen worden vermoord als hun taak is volbracht. Bovendien waren zowel Henoch als Elia profeten die Gods oordeel uitspraken (1 Koningen 17:1; Judas 1:14–15).
(3) Twee onbekenden worden gezien als mogelijkheden voor de twee getuigen vanwege het gebrek aan specificiteit in Openbaring 11. De Schrift identificeert de twee getuigen niet bij naam, en er wordt geen bekende persoon in verband gebracht met hun komst. God is perfect in staat om twee ‘gewone’ gelovigen te nemen en hen in staat te stellen dezelfde tekenen en wonderen te verrichten als Mozes en Elia. Er is niets in Openbaring 11 dat van ons verlangt een ‘beroemde’ identiteit voor de twee getuigen aan te nemen.
Er is een interessant stuk in Zacharia 4 die ons een prototype geeft van de twee getuigen van Openbaring. Zacharias krijgt een visioen waarin hij een massief gouden kandelaar ziet. Bovenop staat een kom met olie, en aan elke kant staat een olijfboom (verzen 3–4). De kandelaar geeft zijn licht zonder menselijk onderhoud en wordt voortdurend gevoed door de olijfolie die van de bomen in de kom stroomt. Gods boodschap aan Zacharias was dat Gods werk (de wederopbouw van de tempel) volbracht zou worden “niet door macht of kracht, maar door mijn Geest” (vers 6).
Zacharias vraagt naar de betekenis van de olijfbomen en de takken die de olie leveren, en de engel die tot hem spreekt zegt: “Dit zijn de twee gezalfden die bij de Heer van de hele aarde staan” (Zacharia 4:14). . Met andere woorden: Gods kracht om Zijn werk te ondersteunen stroomt door twee individuen die speciaal voor deze taak zijn aangewezen. In de context van Zacharia zijn deze twee personen Jozua (de huidige hogepriester) en Zerubbabel (de huidige stadhouder van Juda). We kunnen hier ook een voorafschaduwing van Jezus Christus zien, aangezien de Messias de ambten van priester en koning zou combineren. Dan komen we bij Openbaring 11:4. In de beschrijving van de twee getuigen zegt Johannes: “Zij zijn ‘de twee olijfbomen’ en de twee kandelaren, en ‘zij staan voor het aangezicht van de Heer der aarde.’” Johannes citeert uit Zacharia 4. De twee getuigen uit Openbaring: net als Jozua en Zerubbabel, zullen Gods kracht door hen heen stromen om Gods werk te volbrengen.
Dus wie zijn de twee getuigen van Openbaring? De Bijbel zegt het niet. Alle drie de hierboven gepresenteerde standpunten zijn geldige en plausibele interpretaties die christenen kunnen hebben. De identiteit van de twee getuigen is geen kwestie waar christenen dogmatisch over moeten zijn.
6. Lees Openbaring 13. Wat wordt hier beschreven?
Openbaring 13:1 En ik zag uit de zee een beest opkomen, dat zeven koppen en tien hoorns had, en op zijn hoorns waren tien diademen, en op zijn koppen een godslasterlijke naam.
2. En het beest dat ik zag, leek op een panter, en zijn poten waren als die van een beer, en zijn muil was als de muil van een leeuw. En de draak gaf hem zijn kracht, zijn troon en grote macht.
3. En ik zag een van zijn koppen als dodelijk gewond, maar zijn dodelijke wond werd genezen. En de hele aarde ging het beest met verwondering achterna.
4. En zij aanbaden de draak, omdat hij aan het beest macht gegeven had. En zij aanbaden het beest en zeiden: Wie is aan dit beest gelijk? En wie kan er oorlog tegen voeren?
5. En het werd een mond gegeven om grote woorden en godslasteringen te spreken, en het werd macht gegeven om dit tweeënveertig maanden lang te doen.
6. En het opende zijn mond om God te lasteren, om Zijn Naam te lasteren en Zijn tent en hen die in de hemel wonen.
7. En het beest werd macht gegeven om oorlog te voeren tegen de heiligen en om hen te overwinnen, en hem werd macht gegeven over elke stam, taal en volk.
8. En allen die op de aarde wonen, zullen het aanbidden, althans van wie de namen niet zijn geschreven in het boek des levens van het Lam Dat geslacht is, van de grondlegging van de wereld af.
9. Indien iemand oren heeft, laat hij horen.
10. Als iemand in gevangenschap voert, die gaat zelf in gevangenschap. Als iemand met het zwaard doodt, die moet zelf met het zwaard gedood worden. Hier is de volharding en het geloof van de heiligen.
11. En ik zag een ander beest opkomen, uit de aarde, en het had twee hoorns, als die van het Lam, maar het sprak als de draak.
12. En het oefent al de macht van het eerste beest voor zijn ogen uit, en het maakt dat de aarde en zij die er wonen het eerste beest aanbidden, waarvan de dodelijke wond genezen was.
13. En het doet grote tekenen, zodat het zelfs vuur uit de hemel laat neerkomen op de aarde, voor de ogen van de mensen.
14. En het misleidt hen die op de aarde wonen door middel van de tekenen die het gegeven zijn te doen voor de ogen van het beest. En het zegt tegen hen die op de aarde wonen, dat zij een beeld moeten maken voor het beest dat de wond van het zwaard had en weer levend werd.
15. En hem werd macht gegeven om een geest te geven aan het beeld van het beest, opdat het beeld van het beest zelfs zou spreken, en zou maken dat allen die het beeld van het beest niet zouden aanbidden, gedood zouden worden.
16. En het maakt dat men aan allen, kleinen en groten, rijken en armen, vrijen en slaven een merkteken geeft op hun rechterhand of op hun voorhoofd,
17. en het maakt dat niemand kan kopen of verkopen, behalve hij die dat merkteken heeft, of de naam van het beest of het getal van zijn naam.
18. Hier is de wijsheid: wie verstand heeft, laat hij het getal van het beest berekenen, want het is een getal van een mens, en zijn getal is zeshonderdzesenzestig.
De draak gaf macht aan het beest van de zee
Het beest van de zee krijgt de macht om 42 maanden lang te regeren.
Dodelijke wond die genezen was.
Spreekt grote dingen en godslasteringen.
Godslastering tegen God en degenen die in de hemel wonen
Gegeven macht om oorlog te voeren tegen de heiligen en hen te overwinnen.
Gezag over allen die op aarde wonen (wiens namen NIET in het Lamsboek des Levens zijn geschreven)
Het beest van de aarde – (valse profeet) – hoorns als een lam, maar sprak als een draak!
Voert geweldige tekenen uit
Ik heb een afbeelding van het beest gemaakt
Laat dit beeld tot leven komen
Doodde degenen die weigerden het beeld van het beest van de zee te aanbidden
Zorgt ervoor dat iedereen een merkteken op hun rechterhand of voorhoofd krijgt (zonder dit kan niemand kopen of verkopen)
Nummer van een man, zijn nummer is 666
7. Lees Openbaring 15 & 16. Wie is er in de hemel en wat gebeurt er op aarde?
Openbaring 15:1 En ik zag een ander teken in de hemel, groot en wonderbaarlijk: zeven engelen met de zeven laatste plagen. Want daarmee zal de toorn van God tot een einde gekomen zijn.
2. En ik zag iets als een glazen zee, met vuur gemengd. En de overwinnaars van het beest, van zijn beeld, van zijn merkteken en van het getal van zijn naam stonden bij de glazen zee, met de citers van God.
3. En zij zongen het lied van Mozes, de dienstknecht van God, en het lied van het Lam, met de woorden: Groot en wonderbaarlijk zijn Uw werken, Heere, almachtige God; rechtvaardig en waarachtig zijn Uw wegen, Koning van de heiligen!
4. Wie zou U niet vrezen, Heere, en Uw Naam niet verheerlijken? Immers, U alleen bent heilig. Want alle volken zullen komen en U aanbidden, want Uw oordelen zijn openbaar geworden.
5. En daarna zag ik, en zie, de tempel van de tent van de getuigenis in de hemel werd geopend.
6. En de zeven engelen, die de zeven plagen hadden, kwamen uit de tempel, gekleed in smetteloos en blinkend linnen, en omgord om de borst met gouden gordels.
7. En een van de vier dieren gaf de zeven engelen zeven gouden schalen, gevuld met de toorn van God, Die leeft tot in alle eeuwigheid.
8. En de tempel werd vervuld met rook vanwege de heerlijkheid van God, en vanwege Zijn kracht. En niemand kon de tempel binnengaan, voordat de zeven plagen van de zeven engelen tot een einde gekomen waren.
Openbaring 16:1 En ik hoorde een luide stem uit de tempel zeggen tegen de zeven engelen: Ga en giet de schalen van de toorn van God uit over de aarde.
2. En de eerste ging en goot zijn schaal uit over de aarde, en er kwam een kwaadaardige en schadelijke zweer bij de mensen die het merkteken van het beest hadden en die zijn beeld aanbaden.
3. En de tweede engel goot zijn schaal uit in de zee, en die werd bloed, als van een dode. En elk levend wezen in de zee stierf.
4. En de derde engel goot zijn schaal uit in de rivieren en de waterbronnen, en het water werd bloed.
5. En ik hoorde de engel van de wateren zeggen: U bent rechtvaardig, Heere, Die is en Die was en Die zal zijn, dat U dit oordeel geveld hebt.
6. Aangezien zij het bloed van de heiligen en van de profeten vergoten hebben, hebt U hun ook bloed te drinken gegeven, want zij verdienen het.
7. En ik hoorde een ander bij het altaar vandaan zeggen: Ja Heere, almachtige God! Uw oordelen zijn waarachtig en rechtvaardig.
8. En de vierde engel goot zijn schaal uit over de zon, en haar werd macht gegeven de mensen te verzengen met vuur.
9. En de mensen werden verzengd door grote hitte. Maar zij lasterden de Naam van God, Die macht heeft over deze plagen, en zij bekeerden zich niet om Hem eer te geven.
10. En de vijfde engel goot zijn schaal uit over de troon van het beest, en zijn koninkrijk werd verduisterd. En zij beten op hun tong van pijn.
11. En zij lasterden de God van de hemel vanwege hun pijn en vanwege hun zweren, maar zij bekeerden zich niet van hun werken.
12. En de zesde engel goot zijn schaal uit over de grote rivier, de Eufraat. En haar water droogde op, zodat de weg gereedgemaakt werd voor de koningen uit de richting waar de zon opgaat.
13. En ik zag uit de bek van de draak, uit de bek van het beest en uit de mond van de valse profeet drie onreine geesten komen, als kikvorsen.
14. Dit zijn namelijk de geesten van de demonen, die tekenen doen en die uitgaan naar de koningen van de aarde en van de hele wereld, om hen te verzamelen voor de oorlog van de grote dag van de almachtige God.
15. Zie, Ik kom als een dief. Zalig hij die waakzaam is en op zijn kleren acht geeft, zodat hij niet naakt zal rondlopen en men zijn schaamte niet zal zien.
16. En hij verzamelde hen op de plaats die in het Hebreeuws Armageddon wordt genoemd.
17. En de zevende engel goot zijn schaal uit over de lucht. En er klonk een luide stem uit de tempel in de hemel, vanaf de troon, die zei: Het is geschied.
18. En er kwamen stemmen, donderslagen en bliksemstralen. En er kwam een grote aardbeving, zo een als er niet is geweest sinds er mensen op de aarde geweest zijn: zo’n aardbeving, zo groot!
19. En de grote stad viel in drie stukken uiteen en de steden van de heidenvolken stortten in. En het grote Babylon kwam bij God in gedachtenis, en Hij gaf haar de drinkbeker met de wijn van Zijn grimmige toorn.
20. En alle eilanden zijn op de vlucht geslagen, en bergen waren er niet meer te vinden.
21. En grote hagelstenen, elk ongeveer een talentpond zwaar, vielen uit de hemel op de mensen neer. Maar de mensen lasterden God vanwege de plaag van de hagel, want de plaag van de hagel was zeer groot.
Degenen die de overwinning op het Beest behaalden, zijn in de hemel vóór de uitstorting van de 7 schalen van Gods toorn.
De schaaloordelen omvatten pijnlijke zweren die de mensheid teisteren (Openbaring 16:2), de dood van elk levend wezen in de zee (Openbaring 16:3), het veranderen van rivieren in bloed (Openbaring 16:4-7), een intensivering van de zonnehitte (Openbaring 16:8–9), grote duisternis en een verergering van de zweren uit de eerste schaal (Openbaring 16:10–11), de opmars van de legers van de Antichrist bij Armageddon (Openbaring 16:12–14), en een verwoestende aardbeving gevolgd door gigantische hagelstenen (Openbaring 16:15-21).
De 7 trompetten en de 7 schalen lijken veel op elkaar. Dit brengt sommige commentatoren ertoe te suggereren dat het om dezelfde gebeurtenissen zou kunnen gaan, gezien vanuit een ander perspectief.
8. Lees Openbaring 17-18. Wie wordt hier beschreven, wat symboliseert zij en wat gebeurt er met haar?
Openbaring 17:1 En een van de zeven engelen die de zeven schalen hadden, kwam en sprak met mij en zei tegen mij: Kom, ik zal u het oordeel over de grote hoer laten zien, die aan vele wateren zit.
2. Met haar hebben de koningen van de aarde hoererij bedreven, en de bewoners van de aarde zijn dronken geworden van de wijn van haar hoererij.
3. En in de geest bracht hij mij weg naar een woestijn. En ik zag een vrouw zitten op een scharlakenrood beest, dat vol van godslasterlijke namen was, met zeven koppen en tien hoorns.
4. En de vrouw was bekleed met purper en scharlaken, en getooid met goud, edelgesteente en parels, en zij had een gouden drinkbeker in haar hand, vol van gruwelen en van onreinheid van haar hoererij.
5. En op haar voorhoofd stond een naam geschreven: Geheimenis, het grote Babylon, de moeder van de hoeren en van de gruwelen van de aarde.
6. En ik zag dat de vrouw dronken was van het bloed van de heiligen, en van het bloed van de getuigen van Jezus. En ik was bovenmate verwonderd toen ik haar zag.
7. En de engel zei tegen mij: Waarom verwondert u zich? Ik zal u het geheimenis vertellen van de vrouw en van het beest dat haar draagt, dat de zeven koppen heeft en de tien hoorns.
8. Het beest dat u gezien hebt, was en is niet; en het zal opkomen uit de afgrond en naar het verderf gaan. En zij die op de aarde wonen, van wie niet vanaf de grondlegging van de wereld de naam geschreven staat in het boek des levens, zullen zich verwonderen als zij het beest zien, dat was en niet is, hoewel het er toch is.
9. Hier is het verstand dat wijsheid heeft: de zeven koppen zijn zeven bergen, waarop de vrouw zit.
10. Ook zijn het zeven koningen: vijf zijn er gevallen, een is er, de andere is nog niet gekomen, en wanneer hij komt, moet hij een korte tijd blijven.
11. En het beest dat was en niet is, is ook zelf de achtste. En hij is uit de zeven, en gaat naar het verderf.
12. En de tien hoorns die u gezien hebt, zijn tien koningen, die het koningschap nog niet hebben ontvangen, maar die samen met het beest één uur koninklijke macht zullen ontvangen.
13. Dezen zijn eensgezind en zij zullen hun kracht en macht aan het beest overdragen.
14. Zij zullen oorlog voeren tegen het Lam, maar het Lam – want Heere der heren is Hij en Koning der koningen – zal hen overwinnen, en zij die samen met Hem zijn, geroepenen, uitverkorenen en gelovigen.
15. En hij zei tegen mij: De wateren die u gezien hebt, waaraan de hoer zit, zijn volken, menigten, naties en talen.
16. En de tien hoorns die u op het beest zag, die zullen de hoer haten, en haar berooid en naakt maken, en zij zullen haar vlees eten, en haar met vuur verbranden.
17. Want God heeft het in hun hart gegeven om Zijn plan uit te voeren en dit eensgezind te doen en hun koningschap aan het beest te geven, totdat de woorden van God volbracht zijn.
18. En de vrouw die u gezien hebt, is de grote stad, die koninklijke heerschappij voert over de koningen van de aarde.
Openbaring 18:1 Hierna zag ik een andere engel neerdalen uit de hemel. Hij had grote macht, en de aarde werd verlicht door zijn heerlijkheid.
2. En hij riep uit met krachtige stem: Zij is gevallen, zij is gevallen, het grote Babylon, en een woonplaats van demonen geworden, een schuilplaats voor allerlei onreine geesten en een schuilplaats voor allerlei onreine en weerzinwekkende vogels.
3. Want van de wijn van de toorn van haar hoererij hebben alle volken gedronken, en de koningen van de aarde hebben hoererij met haar bedreven, en de kooplieden van de aarde zijn rijk geworden door de kracht van haar losbandig leven.
4. En ik hoorde een andere stem uit de hemel zeggen: Ga uit haar weg, Mijn volk, opdat u geen deelhebt aan haar zonden, en opdat u niet van haar plagen zult ontvangen.
5. Want haar zonden hebben zich opgestapeld tot aan de hemel, en God herinnerde Zich haar ongerechtigheden.
6. Vergeld haar zoals zij ook u vergolden heeft, en vergeld haar dubbel naar haar werken. Schenk in de drinkbeker waarin zij voor anderen ingeschonken heeft, voor haar het dubbele in.
7. Overeenkomstig de maat waarin zij zichzelf heeft verheerlijkt en losbandig heeft geleefd, geef haar naar die maat pijniging en rouw. Want in haar hart zegt zij: Ik zit als een koningin en ben geen weduwe en ik zal zeker geen rouw zien.
8. Daarom zullen op één dag haar plagen komen: dood, rouw en honger, en met vuur zal zij verbrand worden, want sterk is de Heere God, Die haar oordeelt.
9. En de koningen van de aarde die hoererij met haar bedreven hebben en losbandig geleefd hebben, zullen huilen en rouw over haar bedrijven, wanneer zij de rook van haar verbranding zullen zien.
10. Zij blijven van verre staan uit vrees voor haar pijniging en zeggen: Wee, wee de grote stad Babylon, de sterke stad, want in één uur is uw oordeel gekomen.
11. En de kooplieden van de aarde zullen over haar huilen en treuren, omdat niemand hun waren meer koopt:
12. koopwaar van goud, zilver, edelgesteente, parels, fijn linnen, purper, zijde en scharlaken, allerlei geurig hout, allerlei ivoren voorwerpen en allerlei voorwerpen van zeer kostbaar hout, koper, ijzer en marmer,
13. en kaneel, reukwerk, mirre, wierook, wijn, olie, meelbloem en tarwe, lastdieren en schapen, paarden en wagens, en lichamen en zielen van mensen.
14. En de rijpe vrucht waarnaar uw ziel verlangde, is van u geweken. Al wat glansrijk en sierlijk was, is van u weggegaan en u zult dat beslist niet meer terugvinden.
15. De kooplieden van deze waren, die door haar rijk zijn geworden, zullen huilend en treurend op grote afstand blijven staan uit vrees voor haar pijniging,
16. en zeggen: Wee, wee de grote stad, die bekleed was met fijn linnen, purper en scharlaken, en getooid met goud, edelgesteente en parels. Want in één uur is die grote rijkdom verwoest.
17. En elke stuurman, al het volk op de schepen, zeelieden en allen die op zee hun werk doen, bleven van verre staan,
18. en zij riepen toen zij de rook van haar verbranding zagen: Welke stad was aan deze grote stad gelijk?
19. En zij wierpen stof op hun hoofd en riepen huilend en treurend: Wee, wee de grote stad, waarin allen die schepen op zee hadden, rijk zijn geworden door haar weelde. Want in één uur is zij verwoest.
20. Verblijd u over haar, hemel, heilige apostelen en profeten, want God heeft uw vonnis aan haar voltrokken.
21. En een sterke engel hief een steen op als een grote molensteen, en wierp die in de zee, en zei: Zó zal Babylon, de grote stad, met geweld neergeworpen worden, en het zal nooit meer gevonden worden.
22. En het geluid van citerspelers, zangers, fluitspelers en bazuinblazers zal beslist niet meer in u gehoord worden. En er zal geen enkele beoefenaar van welke kunst dan ook meer in u gevonden worden, en het geluid van de molen zal zeker niet meer in u gehoord worden.
23. En het lamplicht zal nooit meer in u schijnen en de stem van een bruidegom of van een bruid zal nooit meer in u gehoord worden. Want uw kooplieden waren de groten van de aarde. Door uw tovenarij immers werden alle naties misleid.
24. En het bloed van profeten en heiligen en van allen die geslacht zijn op de aarde, is in deze stad gevonden.
De grote hoer zit op een scharlakenrood beest.
Prostitutie symboliseert vaak afgoderij of religieuze afvalligheid. Dit suggereert dat ze een valse religie of een vals geloofssysteem zou kunnen symboliseren.
Zit op vele wateren, benadrukt het beeld van een heerser die op een troon zit en de naties van de wereld regeert.
Koningen pleegden hoererij – de wereldleiders werden meegesleept in de bedwelming en zonde van een vals religieus systeem.
Het scharlakenrode beest symboliseert de antichrist, die een tijdlang het vals-religieuze systeem zal steunen en gebruiken.
De zeven koppen en tien hoorns beelden de omvang van de politieke allianties van het beest uit.
Alle valse religie komt uiteindelijk voort uit Babel (of Babylon)
Dit vals-religieuze systeem zal de heiligen (verdrukking) doden.
Het beest zal uit de bodemloze put opstijgen. (Hoofdstuk 9, 5e trompet, hoofdstuk 11, doodt de twee getuigen)
En zal de wereld misleiden als de antichrist of de antichrist bezitten (hoofdstuk 13).
Hij zal degenen misleiden wier namen niet in het levensboek van het Lam staan.
Zeven bergen (mogelijk Rome?), symboliseren waarschijnlijk de 7 koninkrijken en hun koningen.
Dit vals-religieuze systeem zal vernietigd worden en Gods toorn zal erop uitgestort worden.
9. Lees Openbaring 19. Wie wordt hier beschreven en wat doet Hij?
Openbaring 19:1 En hierna hoorde ik een luide stem van een grote menigte in de hemel zeggen: Halleluja, de zaligheid, de heerlijkheid, de eer en de kracht zij aan de Heere, onze God.
2. Want Zijn oordelen zijn waarachtig en rechtvaardig, omdat Hij de grote hoer geoordeeld heeft, die de aarde te gronde gericht heeft met haar hoererij, en omdat Hij het bloed van Zijn dienstknechten aan haar gewroken heeft.
3. En zij zeiden voor de tweede keer: Halleluja! En haar rook stijgt op in alle eeuwigheid.
4. En de vierentwintig ouderlingen en de vier dieren wierpen zich neer, aanbaden God, Die op de troon zit, en zeiden: Amen, Halleluja!
5. En er kwam een stem uit de troon, die zei: Loof onze God, al Zijn dienstknechten, en die Hem vrezen, kleinen en groten!
6. En ik hoorde zoiets als een geluid van een grote menigte en als een gedruis van vele wateren en een geluid als van zware donderslagen: Halleluja, want de Heere, de almachtige God, is Koning geworden.
7. Laten wij blij zijn en ons verheugen en Hem de heerlijkheid geven, want de bruiloft van het Lam is gekomen en Zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt.
8. En het is haar gegeven zich met smetteloos en blinkend fijn linnen te kleden, want dit fijne linnen zijn de gerechtigheden van de heiligen.
9. En hij zei tegen mij: Schrijf: Zalig zijn zij die geroepen zijn tot het avondmaal van de bruiloft van het Lam. En hij zei tegen mij: Dit zijn de waarachtige woorden van God.
10. En ik viel voor zijn voeten neer om hem te aanbidden, maar hij zei tegen mij: Pas op dat u dat niet doet! Ik ben een mededienstknecht van u en van uw broeders, die het getuigenis van Jezus hebben. Aanbid God. Het getuigenis van Jezus is namelijk de geest van de profetie.
11. En ik zag de hemel geopend, en zie, een wit paard, en Hij Die daarop zat, werd getrouw en waarachtig genoemd. En Hij oordeelt en voert oorlog in gerechtigheid.
12. En Zijn ogen waren als een vuurvlam en op Zijn hoofd waren vele diademen. Hij had een Naam, die opgeschreven was, en die niemand kent dan Hijzelf.
13. En Hij was bekleed met een in bloed gedoopt bovenkleed, en Zijn Naam luidt: Het Woord van God.
14. En de legers in de hemel volgden Hem op witte paarden, gekleed in fijn linnen, wit en smetteloos.
15. En uit Zijn mond kwam een scherp zwaard, opdat Hij daarmee de heidenvolken zou slaan. En Hij zal hen hoeden met een ijzeren staf. En Hij treedt de wijnpersbak van de wijn van de grimmige toorn van de almachtige God.
16. Er stond op Zijn bovenkleed en op Zijn dij deze Naam geschreven: Koning der koningen en Heere der heren.
17. En ik zag één engel dicht bij de zon staan, en hij riep met luide stem naar alle vogels die hoog aan de hemel vlogen: Kom en verzamel u voor het avondmaal van de grote God,
18. om te eten vlees van koningen, en vlees van oversten over duizend, en vlees van machtigen, en vlees van paarden en van hen die daarop zitten, en vlees van alle vrijen en van slaven, kleinen en groten.
19. En ik zag het beest en de koningen van de aarde en hun legers bijeenverzameld om oorlog te voeren tegen Hem Die op het paard zat, en tegen Zijn leger.
20. En het beest werd gegrepen, en met hem de valse profeet, die in zijn tegenwoordigheid de tekenen gedaan had, waardoor hij hen misleid had die het merkteken van het beest ontvangen hadden en die zijn beeld aanbeden hadden. Deze twee werden levend geworpen in de poel van vuur, die van zwavel brandt.
21. En de overigen werden gedood met het zwaard van Hem Die op het paard zat, namelijk het zwaard dat uit Zijn mond kwam. En alle vogels werden verzadigd met hun vlees.
Een beeld van de hemel met de menigten die God prijzen voor het tot stand brengen van Zijn rechtvaardige oordeel.
Een aankondiging van het huwelijk van het Lam met zijn vrouw.
Gezegend zijn zij die geroepen zijn tot het bruiloftsmaal van het Lam.
Aanbid geen engelen! Alleen god! Dus als we in andere hoofdstukken zien dat het Lam wordt aanbeden, weten we dat het Lam God is.
We zien Christus komen op een wit paard. Hij komt niet meer als een lam maar als een Koning die rechtvaardig oordeelt en oorlog voert.
De hemelse legers (dit lijkt te duiden op iedereen die in Jezus zijn gestorven of is opgenomen), gekleed in fijn linnen, volgen Hem op witte paarden.
Hij voert de toorn van God uit.
Hij doodt iedereen die bijeen was gekomen om oorlog te voeren tegen de heiligen.
Het beest en de valse profeet worden gevangen genomen en in de poel van vuur geworpen.
10. Lees Openbaring 20. Welke tijd wordt hier beschreven?
Openbaring 20:1 En ik zag een engel neerdalen uit de hemel met de sleutel van de afgrond en een grote ketting in zijn hand.
2. En hij greep de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan, en bond hem voor duizend jaar,
3. en wierp hem in de afgrond, en sloot hem daarin op en verzegelde die boven hem, opdat hij de volken niet meer zou misleiden, totdat de duizend jaar tot een einde gekomen zouden zijn. En daarna moet hij een korte tijd worden losgelaten.
4. En ik zag tronen, en zij gingen daarop zitten, en het oordeel werd hun gegeven. En ik zag de zielen van hen die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus en om het Woord van God, en die het beest en zijn beeld niet hadden aanbeden, en die het merkteken niet ontvangen hadden op hun voorhoofd en op hun hand. En zij leefden en gingen als koningen regeren met Christus, duizend jaar lang.
5. Maar de overigen van de doden werden niet weer levend, totdat de duizend jaar tot een einde gekomen waren. Dit is de eerste opstanding.
6. Zalig en heilig is hij die deelheeft aan de eerste opstanding. Over hen heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van God en van Christus zijn, en zij zullen met Hem als koningen regeren, duizend jaar lang.
7. En wanneer die duizend jaar tot een einde gekomen zijn, zal de satan uit zijn gevangenis worden losgelaten.
8. En hij zal uitgaan om de volken te misleiden die zich in de vier hoeken van de aarde bevinden, Gog en Magog, om hen te verzamelen voor de oorlog. En hun aantal is als het zand van de zee.
9. En zij kwamen op over de breedte van de aarde, en omsingelden de legerplaats van de heiligen en de geliefde stad. Maar er daalde vuur van God neer uit de hemel en dat verslond hen.
10. En de duivel, die hen misleidde, werd in de poel van vuur en zwavel geworpen, waar ook het beest en de valse profeet reeds zijn. En zij zullen dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwigheid.
11. En ik zag een grote witte troon, en Hem Die daarop zat. Voor Zijn aangezicht vluchtten de aarde en de hemel weg, zodat er geen plaats meer voor hen te vinden was.
12. En ik zag de doden, klein en groot, voor God staan. En de boeken werden geopend en nog een ander boek werd geopend, namelijk het boek des levens. En de doden werden geoordeeld overeenkomstig wat in de boeken geschreven stond, overeenkomstig hun werken.
13. En de zee gaf de doden die in haar waren. Ook de dood en het rijk van de dood gaven de doden die in hen waren, en zij werden geoordeeld, ieder overeenkomstig zijn werken.
14. En de dood en het rijk van de dood werden in de poel van vuur geworpen. Dit is de tweede dood.
15. En als iemand niet bleek ingeschreven te zijn in het boek des levens, werd hij in de poel van vuur geworpen.
Satan wordt voor 1000 jaar in de bodemloze put geworpen.
“Zij” zaten op tronen en oordeelden.
Toen kwamen de zielen van degenen die voor hun getuigenis waren onthoofd… tot leven en regeerden 1000 jaar met Christus. Dit is de eerste opstanding. De tweede dood heeft geen macht over hen.
Na 1000 jaar werd Satan vrijgelaten om de naties te misleiden. Verzamel ze voor de strijd om het kamp van de heiligen en de geliefde stad te omsingelen.
Vuur uit de hemel – verslond ze!
De duivel werd in de poel van vuur geworpen.
Witte troon oordeel.
Dood, groot en klein, staande voor God.
Boeken geopend. Boek des Levens geopend.
Dood beoordeeld op basis van hun werken (geschreven in de boeken)
Dood en Hades geworpen in de Poel van Vuur.
Iedereen die niet in het Boek des Levens werd geschreven, werd in de Poel van Vuur geworpen.
11. Lees Openbaring 21-22. Hoe zullen de Nieuwe Hemel en de Nieuwe Aarde eruitzien?
Openbaring 21:1 En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan. En de zee was er niet meer.
2. En ik, Johannes, zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, neerdalen van God uit de hemel, gereedgemaakt als een bruid die voor haar man sierlijk gemaakt is.
3. En ik hoorde een luide stem uit de hemel zeggen: Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn.
4. En God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal er niet meer zijn; ook geen rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn. Want de eerste dingen zijn voorbijgegaan.
5. En Hij Die op de troon zit, zei: Zie, Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zei tegen mij: Schrijf, want deze woorden zijn waarachtig en betrouwbaar.
6. En Hij zei tegen mij: Het is geschied. Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde. Wie dorst heeft, zal Ik voor niets te drinken geven uit de bron van het water des levens.
7. Wie overwint, zal alles beërven, en Ik zal voor hem een God zijn en hij zal voor Mij een zoon zijn.
8. Maar wat betreft de lafhartigen, ongelovigen, verfoeilijken, moordenaars, ontuchtplegers, tovenaars, afgodendienaars en alle leugenaars: hun deel is in de poel die van vuur en zwavel brandt. Dit is de tweede dood.
9. En een van de zeven engelen die de zeven schalen hadden, vol van de zeven laatste plagen, kwam naar mij toe en hij sprak met mij en zei: Kom, ik zal u de bruid, de vrouw van het Lam, laten zien.
10. En hij voerde mij weg in de geest op een grote en hoge berg en liet mij de grote stad zien, het heilige Jeruzalem, dat neerdaalde uit de hemel, bij God vandaan.
11. Zij had de heerlijkheid van God, en haar uitstraling was als een zeer kostbare edelsteen, als een kristalheldere steen jaspis.
12. Zij had een grote en hoge muur met twaalf poorten, en bij die poorten twaalf engelen. Ook waren er namen op geschreven, namelijk van de twaalf stammen van de Israëlieten.
13. Drie poorten op het oosten, drie poorten op het noorden, drie poorten op het zuiden, en drie poorten op het westen.
14. En de muur van de stad had twaalf fundamenten met daarop de twaalf namen van de twaalf apostelen van het Lam.
15. En hij die met mij sprak, had een gouden meetlat om de stad op te meten, en haar poorten, en haar muur.
16. En de stad lag daar als een vierkant, haar lengte was even groot als haar breedte. En hij mat de stad met de meetlat op: twaalfduizend stadiën. Haar lengte, breedte en hoogte waren gelijk.
17. En hij mat haar muur op: honderdvierenveertig el, een mensenmaat, die ook de maat van een engel is.
18. En het bouwmateriaal van de muur was jaspis en de stad was zuiver goud, gelijk aan zuiver glas.
19. En de fundamenten van de muur van de stad waren met allerlei edelgesteente versierd. Het eerste fundament was jaspis, het tweede saffier, het derde chalcedon, het vierde smaragd,
20. het vijfde onyx, het zesde sardius, het zevende chrysoliet, het achtste beril, het negende topaas, het tiende chrysopraas, het elfde hyacint, het twaalfde amethist.
21. En de twaalf poorten waren twaalf parels. Elke poort apart bestond uit één parel, en de straat van de stad was zuiver goud, als doorzichtig glas.
22. Ik zag geen tempel in haar, want de Heere, de almachtige God, is haar tempel, en het Lam.
23. En de stad heeft de zon en de maan niet nodig om haar te beschijnen, want de heerlijkheid van God verlicht haar, en het Lam is haar lamp.
24. En de naties die zalig worden, zullen in haar licht wandelen, en de koningen van de aarde brengen hun heerlijkheid en eer erin.
25. En haar poorten zullen overdag nooit gesloten worden, want daar zal geen nacht zijn.
26. En zij zullen de heerlijkheid en de eer van de naties daarin brengen.
27. Al wat onrein is, zal er niet inkomen, en ook niemand die zich bezighoudt met gruwelen en leugens, maar alleen zij die geschreven zijn in het boek des levens van het Lam.
Openbaring 22:1 En hij liet mij een zuivere rivier zien, van het water des levens, helder als kristal, die uit de troon van God en van het Lam kwam.
2. In het midden van haar straat en aan de ene en de andere zijde van de rivier bevond zich de Boom des levens, die twaalf vruchten voortbrengt – van maand tot maand geeft Hij Zijn vrucht. En de bladeren van de boom zijn tot genezing van de heidenvolken.
3. En geen enkele vervloeking zal er meer zijn. En de troon van God en van het Lam zal daar zijn, en Zijn dienstknechten zullen Hem dienen,
4. en zullen Zijn aangezicht zien, en Zijn Naam zal op hun voorhoofd zijn.
5. En daar zal geen nacht zijn, en zij hebben geen lamp en ook geen zonlicht nodig, want de Heere God verlicht hen. En zij zullen als koningen regeren in alle eeuwigheid.
6. En hij zei tegen mij: Deze woorden zijn betrouwbaar en waarachtig. En de Heere, de God van de heilige profeten, heeft Zijn engel gezonden om Zijn dienstknechten te laten zien wat met spoed moet gebeuren.
7. En zie, Ik kom spoedig. Zalig is hij die de woorden van de profetie van dit boek in acht neemt.
8. En ik, Johannes, ben het die deze dingen gezien en gehoord heeft. En toen ik ze gehoord en gezien had, viel ik neer om te aanbidden voor de voeten van de engel die mij deze dingen liet zien.
9. En hij zei tegen mij: Pas op dat u dat niet doet! Want ik ben een mededienstknecht van u en van uw broeders, de profeten, en van hen die de woorden van dit boek in acht nemen. Aanbid God.
10. En hij zei tegen mij: Verzegel de woorden van de profetie van dit boek niet, want de tijd is nabij.
11. Wie onrecht doet, laat hij nog meer onrecht doen. En wie vuil is, laat hij nog vuiler worden. En wie rechtvaardig is, laat hij nog meer gerechtvaardigd worden. En wie heilig is, laat hij nog meer geheiligd worden.
12. En zie, Ik kom spoedig en Mijn loon is bij Mij om aan ieder te vergelden zoals zijn werk zal zijn.
13. Ik ben de Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde, de Eerste en de Laatste.
14. Zalig zijn zij die Zijn geboden doen, zodat zij recht mogen hebben op de Boom des levens, en opdat zij door de poorten de stad mogen binnengaan.
15. Maar buiten bevinden zich de honden, de tovenaars, de ontuchtplegers, de moordenaars, de afgodendienaars en ieder die de leugen liefheeft en doet.
16. Ik, Jezus, heb Mijn engel gezonden om bij u in de gemeenten van deze dingen te getuigen. Ik ben de Wortel en het Nageslacht van David, de blinkende Morgenster.
17. En de Geest en de bruid zeggen: Kom! En laat hij die het hoort, zeggen: Kom! En laat hij die dorst heeft, komen; en laat hij die wil, het water des levens nemen, voor niets.
18. Want ik getuig aan ieder die de woorden van de profetie van dit boek hoort: Als iemand iets aan deze dingen toevoegt, zal God hem de plagen toevoegen die in dit boek geschreven zijn.
19. En als iemand afdoet van de woorden van het boek van deze profetie, zal God zijn deel afdoen van het boek des levens, en van de heilige stad, van de dingen die in dit boek geschreven zijn.
20. Hij Die van deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom spoedig. Amen. Ja, kom, Heere Jezus!
21. De genade van onze Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.
Nieuwe hemel, nieuwe aarde en geen zee meer. Nieuw Jeruzalem.
God zal bij de mensheid wonen.
Geen dood, verdriet, huilen, pijn meer.
De lafhartigen, ongelovigen, verfoeilijken, moordenaars, ontuchtplegers, tovenaars, afgodendienaars en leugenaars zullen daar niet zijn; zij zullen in de Poel van Vuur zijn.
Gedetailleerde beschrijving van het Nieuwe Jeruzalem (de vrouw van het Lam). Poort twaalf stammen, fundamenten de twaalf apostelen.
Geen tempel, geen zon of maan. God, het Lam is zijn licht.
Geen nacht.
Troon van God en van het Lam.
Rivier van leven. Aan weerszijden de Levensboom. Dragen (12) Vruchten en bladeren om de naties te genezen.
Geen vloek meer.
Gods dienaren zullen Hem dienen. Zal Zijn gezicht zien! Zijn naam op hun voorhoofd.
Samenvatting
Het boek Openbaring staat vol met kleurrijke beschrijvingen van visioenen die de laatste dagen aankondigen vóór de wederkomst van Christus en de nieuwe hemel en nieuwe aarde inluiden. Het is het hoogtepunt van de profetieën over de eindtijd, die we ook in het Oude Testament kunnen lezen.
Hebt u Christus als uw Verlosser aanvaard? Als dat zo is, heb je niets te vrezen van Gods oordeel over de wereld, zoals beschreven in het boek Openbaring. De rechter staat aan onze kant. Laten we, voordat het laatste oordeel begint, getuigen tegen vrienden en buren over Gods aanbod van eeuwig leven in Christus.
Extra Opmerkingen
Vier verschillende visies op wanneer de Opname van de gemeente zal plaatsvinden.
Het moment van de opname in relatie tot de verdrukking is een van de meest controversiële kwesties in de kerk van vandaag. De drie belangrijkste visies zijn pre-tribulationeel (de opname vindt plaats vóór de verdrukking), mid-tribulationeel (de opname vindt plaats op of nabij het middelpunt van de verdrukking) en post-tribulationeel (de opname vindt plaats aan het einde van de verdrukking). ). Een vierde visie, algemeen bekend als pre-toorn, is een kleine wijziging van de positie midden in de verdrukking.
Ten eerste is het belangrijk om het doel van de verdrukking te onderkennen. Volgens Daniël 9:27 moet er nog een zeventigste “zeven” (zeven jaar) komen. Daniëls gehele profetie van de zeventig zevens (Daniël 9:20-27) spreekt over de natie Israël. Het is een tijdsperiode waarin God Zijn aandacht vooral op Israël richt. De zeventigste zeven, de verdrukking, moet ook een tijd zijn waarin God specifiek met Israël omgaat. Hoewel dit niet noodzakelijkerwijs aangeeft dat de kerk niet ook aanwezig zou kunnen zijn, roept het wel de vraag op waarom de kerk gedurende die tijd op aarde zou moeten zijn.
Het belangrijkste Schriftgedeelte over de opname is 1 Thessalonicenzen 4:13-18. Er staat dat alle levende gelovigen, samen met alle gelovigen die gestorven zijn, de Heer Jezus in de lucht zullen ontmoeten en voor altijd bij Hem zullen zijn. De opname is het verwijderen of wegrukken van de gelovigen (door God) van deze aarde. Een paar verzen later, in 1 Thessalonicenzen 5:9, zegt Paulus: “Want God heeft ons niet aangesteld om toorn te lijden, maar om verlossing te ontvangen door onze Heer Jezus Christus.” Het boek Openbaring, dat voornamelijk handelt over de tijdsperiode van de verdrukking, is een profetische boodschap over hoe God tijdens de verdrukking Zijn toorn over de aarde zal uitstorten. Het lijkt inconsequent dat God gelovigen belooft dat zij geen toorn zullen lijden en hen vervolgens op aarde achterlaat om door de toorn van de verdrukking te lijden. Het feit dat God belooft christenen van de toorn te verlossen, kort nadat hij beloofd heeft Zijn volk van de aarde te verwijderen, lijkt deze twee gebeurtenissen met elkaar in verband te brengen.
Een andere cruciaal stuk over de timing van de opname is Openbaring 3:10, waarin Christus belooft gelovigen te bevrijden van het “uur van beproeving” dat over de aarde zal komen. Dit kan twee dingen betekenen. Ofwel zal Christus de gelovigen te midden van de beproevingen beschermen, ofwel zal Hij de gelovigen uit de beproevingen bevrijden. Beide zijn geldige betekenissen van het Griekse woord dat met ‘van’ is vertaald. Het is echter belangrijk om te onderkennen waarvan de gelovigen is beloofd dat zij zich ervan zullen weerhouden. Het is niet alleen de beproeving, maar het ‘uur’ van de beproeving. Christus belooft gelovigen weg te houden van de tijdsperiode die de beproevingen bevat, namelijk de verdrukking. Het doel van de verdrukking, het doel van de opname, de betekenis van 1 Thessalonicenzen 5:9 en de uitleg van Openbaring 3:10 geven allemaal duidelijke ondersteuning aan het pre-tribulationele standpunt. Als de Bijbel letterlijk en consistent wordt geïnterpreteerd, is de pre-tribulationele positie de meest op de Bijbel gebaseerde interpretatie.
Vier visies op de eschatologie
Amillennialisme
Amillennialisme is een van de vier visies op de eindtijd met betrekking tot de duizendjarige regering van Christus. Elk van de vier zienswijzen verschilt wat betreft de plaatsing, of de timing, van de duizendjarige regering die in Openbaring 20 wordt genoemd.
Een amillennialist beschouwt de duizend jaar als spiritueel en niet-letterlijk, in tegenstelling tot een fysiek begrip van de geschiedenis. Hoewel het voorvoegsel a- doorgaans een ontkenning van een woord zou betekenen, beschouwt de amil-positie het millennium als ‘gerealiseerd’, of beter uitgelegd als ‘millennium nu’. Eenvoudig gezegd beschouwt het amillennialisme de eerste komst van Christus als de inauguratie van het koninkrijk, en Zijn wederkomst als de voleinding van het koninkrijk. Johannes’ vermelding van 1000 jaar wijst dus op alle dingen die in het gemeentetijdperk zouden gebeuren.
Het amil-standpunt beschouwt het boek Openbaring als een benadering met talrijke ‘camerahoeken’. Hoofdstuk 19 eindigt bijvoorbeeld met de terugkeer van Christus om Zijn vijanden te vernietigen, waardoor hoofdstuk 20 moeilijk te begrijpen is omdat er vijanden opstaan om Hem opnieuw aan te vallen (welke vijanden zijn dit, als ze al vernietigd zijn?). Als we hoofdstuk 20 echter als een andere ‘invalshoek’ voor het einde van het tijdperk zien, dan is de duizendjarige regering niet noodzakelijkerwijs een fysieke/aardse geschiedenis, maar symbolisch. Het spreekt over het spirituele rijk. John geeft een “herhaling” van wat hij zag.
De Bijbel gebruikt het getal 1.000 vele malen als algemene term om ‘onmetelijkheid’, ‘volheid van kwantiteit’ of ‘menigte’ aan te duiden (bijv. Psalm 84:10; Job 9:3; 1 Kronieken 16:15). Met het herhaalde symbolische gebruik van 1000 is het moeilijk om het gebruik ervan in Openbaring als letterlijk te zien, vooral in een boek dat zo symbolisch is als Openbaring.
Er zijn veel argumenten tegen het amillenniumstandpunt, maar deze kunnen worden weerlegd door middel van exegese van de Schrift. Zorgvuldige hermeneutiek (de studie van de interpretatieprincipes) bewijst dat het amil-standpunt legitimiteit heeft. De meeste passages uit de Bijbel probeerden dit standpunt te weerleggen en maakten het feitelijk levensvatbaarder, gebaseerd op de woorden van onze Heer Zelf: “Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen; Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om ze te vervullen” (Mattheüs 5:17). In het licht van de woorden van onze Verlosser moeten profetische passages zoals Daniël 7 en Jeremia 23 worden begrepen als vervuld in Christus Jezus en Zijn eerste komst, vooral omdat alle profeten in de eerste plaats over de komende Messias spreken.
Jezus vervulde alle profetieën over Hem, waaronder bijvoorbeeld de profetie dat de voeten van Christus de Olijfberg zullen aanraken vóór de vestiging van Zijn koninkrijk (Zacharia 14). Dit werd duidelijk vervuld in Mattheüs 24 toen Jezus naar de Olijfberg ging om te onderwijzen wat bekend staat als de Olijfbergrede.
In het amillennialisme vinden de ‘1000 jaar’ nu plaats. Het werk van Christus in deze wereld – Zijn leven, dood, opstanding en hemelvaart – heeft de werken van Satan ernstig belemmerd, zodat de boodschap van het evangelie Israël kon verlaten en naar de uiteinden van de aarde kon gaan, net zoals zij dat heeft gedaan. De duizend jaar waarover in Openbaring 20 wordt gesproken, waarin Satan wordt ‘gebonden’, zijn figuurlijk en in geestelijke zin vervuld. Satan is ‘gebonden’ in de zin dat hij niet in staat is al zijn plannen uit te voeren. Hij kan nog steeds kwaad doen, maar hij kan de naties pas in de laatste strijd misleiden. Zodra de “1000 jaar” voorbij zijn, wordt Satan vrijgelaten om zijn bedrog een tijdje in praktijk te brengen vóór de wederkomst van Christus.
Wanneer we de toespraak op de Olijfberg bestuderen, samen met de verslagen van de “Dag des Heren” in 2 Petrus 3 en 1 Thessalonicenzen 4, zien we dat de terugkeer van onze Heer snel, zichtbaar en met het geluid van een bazuin komt. Met andere woorden: iedereen die op dat moment leeft, zal de terugkeer van onze Heer ervaren, en dan zal het einde komen. Er wordt in deze teksten geen melding gemaakt van een letterlijke duizendjarige aardse regering. Integendeel, de wederkomst van Christus wordt gehoord, gezien en gerealiseerd. In feite zegt de apostel Petrus dat op de Dag des Heren de hemelen en de aarde zullen worden verbrand en de nieuwe hemelen en de nieuwe aarde zullen worden geschapen. Dit laat geen ruimte over voor een verondersteld fysiek en aards koninkrijk dat letterlijk duizend jaar zal duren.
De amillennialistische visie is, samen met het premillennialisme, een van de oudste in de kerkgeschiedenis en wordt sinds de eerste eeuw aangehouden. In de 5e eeuw vestigde Augustinus zich op de amillennialistische visie als zijn begrip van de eschatologie. Bovendien was amillennialisme de belangrijkste visie van de meeste hervormers in de 16e eeuw.
Postmillennialisme
Postmillennialisme is een interpretatie van Openbaring hoofdstuk 20, waarin wordt gesteld dat de wederkomst van Christus plaatsvindt na het ‘millennium’, een gouden eeuw of tijdperk van christelijke welvaart en dominantie. De term omvat verschillende vergelijkbare opvattingen over de eindtijd, en staat in contrast met het premillennialisme (de opvatting dat de wederkomst van Christus zal plaatsvinden vóór Zijn duizendjarige koninkrijk en dat het duizendjarige koninkrijk letterlijk een regering van duizend jaar is) en, in mindere mate, omvang, amillennialisme (geen letterlijk millennium).
Postmillennialisme is het geloof dat Christus na een bepaalde periode terugkeert, maar niet noodzakelijkerwijs na een letterlijke duizend jaar. Degenen die deze visie aanhangen, interpreteren onvervulde profetie niet met behulp van een normale, letterlijke methode. Zij geloven dat Openbaring 20:4-6 niet letterlijk moet worden genomen. Zij geloven dat ‘1000 jaar’ eenvoudigweg ‘een lange tijdsperiode’ betekent. Bovendien duidt het voorvoegsel ‘post-’ in ‘postmillennialisme’ de opvatting aan dat Christus zal terugkeren nadat christenen (niet Christus zelf) het koninkrijk op deze aarde hebben gevestigd.
Degenen die vasthouden aan het postmillennialisme geloven dat deze wereld steeds beter zal worden – ondanks alle bewijzen van het tegendeel – waarbij de hele wereld uiteindelijk ‘gekerstend’ zal worden. Nadat dit is gebeurd, zal Christus terugkeren. Dit is echter niet de kijk op de wereld in de eindtijd die de Schrift presenteert. Uit het boek Openbaring blijkt gemakkelijk dat de wereld in die toekomstige tijd een verschrikkelijke plaats zal zijn. Ook beschrijft Paulus in 2 Timotheüs 3:1-7 de laatste dagen als ‘verschrikkelijke tijden’.
Degenen die vasthouden aan het postmillennialisme gebruiken een niet-letterlijke methode om onvervulde profetie te interpreteren, waarbij ze profetische passages vaak allegorisch interpreteren. Het probleem hiermee is dat wanneer de normale betekenis van een passage wordt opgegeven, de betekenis ervan volledig subjectief kan worden. Alle objectiviteit met betrekking tot de betekenis van woorden gaat verloren. Wanneer woorden hun betekenis verliezen, houdt de communicatie op. Dit is echter niet hoe God de taal en communicatie bedoeld heeft. God communiceert met ons door Zijn geschreven woord, met objectieve betekenissen voor woorden, zodat ideeën en gedachten kunnen worden gecommuniceerd.
Een normale, letterlijke interpretatie van de Bijbel verwerpt het postmillennialisme en houdt vast aan een normale interpretatie van de hele Bijbel, inclusief onvervulde profetie. We hebben honderden voorbeelden in de Bijbel van profetieën die in vervulling gingen. Neem bijvoorbeeld de profetieën over Christus in het Oude Testament. Deze profetieën werden letterlijk vervuld. Denk eens aan de maagdelijke geboorte van Christus (Jesaja 7:14; Matteüs 1:23). Denk eens aan Zijn dood voor onze zonden (Jesaja 53:4-9; 1 Petrus 2:24). Deze profetieën zijn letterlijk in vervulling gegaan, en dat is reden genoeg om aan te nemen dat God in de toekomst Zijn Woord letterlijk zal blijven vervullen. Het postmillennialisme faalt in die zin dat het bijbelse profetieën subjectief interpreteert en stelt dat het duizendjarige koninkrijk door de kerk zal worden gevestigd, en niet door Christus zelf.
Premillennialisme (dat Christus zal terugkeren en DAN 1000 jaar lang een koninkrijk op aarde zal vestigen)
Premillennialisme is de opvatting dat de tweede komst van Christus zal plaatsvinden voorafgaand aan Zijn duizendjarige koninkrijk, en dat het duizendjarige koninkrijk letterlijk een duizendjarige regering van Christus op aarde is. Om de passages in de Bijbel die over de eindtijdgebeurtenissen gaan te begrijpen en te interpreteren, zijn er twee dingen die duidelijk begrepen moeten worden: een juiste methode om de Bijbel te interpreteren en het onderscheid tussen Israël (de Joden) en de kerk (het lichaam van de Joden). alle gelovigen in Jezus Christus).
Ten eerste vereist een juiste methode om de Bijbel te interpreteren dat de Bijbel wordt geïnterpreteerd op een manier die consistent is met de context. Dit betekent dat een passage moet worden geïnterpreteerd op een manier die consistent is met het publiek waarvoor de passage is geschreven, voor wie de passage is geschreven, door wie de passage is geschreven, enzovoort. Het is van cruciaal belang om de auteur, het beoogde publiek en de historische achtergrond van elke passage die je interpreteert te kennen. De historische en culturele setting zal vaak de juiste betekenis van een passage onthullen. Het is ook belangrijk om te onthouden dat de Schrift de Schrift interpreteert. Dat wil zeggen dat een passage vaak een onderwerp behandelt dat ook elders in de Bijbel aan de orde komt. Het is belangrijk om al deze passages consistent met elkaar te interpreteren.
Ten slotte, en dit is het allerbelangrijkste, moeten passages altijd in hun normale, regelmatige, duidelijke, letterlijke betekenis worden opgevat, tenzij uit de context van de passage blijkt dat deze figuurlijk van aard is. Een letterlijke interpretatie sluit niet uit dat er stijlfiguren worden gebruikt. In plaats daarvan moedigt het de tolk aan om geen figuurlijk taalgebruik in de betekenis van een passage te lezen, tenzij dit passend is voor die context. Het is van cruciaal belang om nooit naar een ‘diepere, spirituelere’ betekenis te zoeken dan wordt gepresenteerd. Het spiritualiseren van een passage is gevaarlijk omdat het de basis voor een nauwkeurige interpretatie van de Bijbel naar de geest van de lezer verplaatst. Er kan dan geen objectieve interpretatiestandaard bestaan; in plaats daarvan wordt de Schrift onderworpen aan ieders eigen indruk van wat het betekent. Tweede Petrus 1:20-21 herinnert ons eraan dat “geen enkele profetie uit de Schrift tot stand kwam door de eigen interpretatie van de profeet. Want profetie heeft nooit zijn oorsprong gehad in de wil van de mens, maar mensen hebben van Godswege gesproken terwijl ze werden meegevoerd door de Heilige Geest.”
Als we deze principes van bijbelse interpretatie toepassen, moeten we inzien dat Israël (Abrahams fysieke nakomelingen) en de kerk (alle nieuwtestamentische gelovigen) twee verschillende groepen zijn. Het is van cruciaal belang om te erkennen dat Israël en de kerk verschillend zijn, want als dit verkeerd wordt begrepen, zal de Bijbel verkeerd worden geïnterpreteerd. Vooral gevoelig voor verkeerde interpretatie zijn passages die gaan over beloften aan Israël (zowel vervuld als onvervuld). Dergelijke beloften mogen niet op de kerk worden toegepast. Bedenk dat de context van de passage zal bepalen aan wie deze is gericht en zal wijzen op de meest correcte interpretatie.
Met deze concepten in gedachten kunnen we naar verschillende passages in de Bijbel kijken die de premillennialistische zienswijze naar voren brengen. Genesis 12:1-3: “De HEER had tegen Abram gezegd: ‘Verlaat uw land, uw volk en het huis van uw vader en ga naar het land dat ik u zal wijzen. Ik zal van jullie een groot volk maken en jullie zegenen; Ik zal je naam groot maken, en je zult een zegen zijn. Ik zal degenen zegenen die jou zegenen, en wie jou vervloekt, zal ik vervloeken; en door jou zullen alle volken op aarde gezegend worden.’”
God belooft Abraham hier drie dingen: Abraham zou veel nakomelingen hebben, deze natie zou een land bezitten en bezetten, en er zal een universele zegen komen voor de hele mensheid buiten de lijn van Abraham (de Joden). In Genesis 15:9-17 bekrachtigt God Zijn verbond met Abraham. Door de manier waarop dit wordt gedaan, legt God de enige verantwoordelijkheid voor het verbond bij Zichzelf. Dat wil zeggen, er was niets dat Abraham kon doen of nalaten te doen waardoor het verbond dat God sloot, ongeldig zou worden verklaard. Ook in deze passage worden de grenzen vastgesteld voor het land dat de Joden uiteindelijk zullen bezetten. Voor een gedetailleerde lijst van de grenzen, zie Deuteronomium 34. Andere passages die over de belofte van land gaan zijn Deuteronomium 30:3-5 en Ezechiël 20:42-44.
In 2 Samuël 7:10–17 zien we de belofte die God aan koning David heeft gedaan. God doet enkele bijzondere beloften met betrekking tot een van Davids zonen: God zal zijn koninkrijk vestigen (vers 12), zijn vader zijn (vers 14), en Zijn liefde nooit van hem wegnemen (vers 15). Bovendien zegt God dat deze zoon ‘een huis zal bouwen voor mijn naam’ (vers 13). Deze beloften werden vervuld in Salomo. Een deel van Gods belofte was echter dat de troon van Davids zoon “voor eeuwig” bevestigd zou worden (vers 13). Dit deel van de profetie kon niet op Salomo betrekking hebben, omdat Salomo stierf en de troon niet voor altijd behield. We hebben dus een profetie met een dubbele vervulling: zij werd gedeeltelijk vervuld in Salomo en volledig in Jezus Christus, ook wel de Zoon van David genoemd (Matteüs 1:1). Salomo was in sommige opzichten een voorafschaduwing van Christus in zijn koningschap, wijsheid en vredige regering. Natuurlijk is Jezus in elk opzicht groter dan Salomo (Mattheüs 12:42). 2 Samuël 7 verwijst dus naar de tijdelijke heerschappij van Salomo en naar de heerschappij van Christus gedurende het millennium en voor altijd. Koning Salomo kon niet de ultieme vervulling zijn van de belofte aan David; het is een verbond dat nog volledig moet worden gerealiseerd.
Onderzoek met dit alles in gedachten wat er in Openbaring 20:1–7 staat. De duizend jaar die herhaaldelijk in deze passage worden genoemd, komen overeen met Christus’ letterlijke duizendjarige regering op aarde. Het premillennialisme beschouwt deze passage als een beschrijving van de toekomstige vervulling van de belofte dat Christus op de troon van David zou zitten. God sloot onvoorwaardelijke verbonden met zowel Abraham als David. Geen van deze verbonden is volledig of permanent vervuld. Een letterlijke, fysieke heerschappij van Christus is de enige manier waarop de verbonden vervuld kunnen worden, zoals God beloofde.
Het toepassen van een letterlijke interpretatiemethode op de Bijbel zorgt ervoor dat de stukjes van de puzzel bij elkaar vallen. Alle oudtestamentische profetieën over de eerste komst van Jezus werden letterlijk vervuld. Daarom mogen we verwachten dat de profetieën over Zijn tweede komst ook letterlijk in vervulling zullen gaan. Premillennialisme is het enige systeem dat instemt met een letterlijke interpretatie van Gods verbonden en eindtijdprofetie.
Historische and Dispensationele Premillennialisme
Het premillennialisme als systeem is primair gebaseerd op een letterlijke methode van bijbelinterpretatie. Het belangrijkste uitgangspunt van het premillennialisme is dat Jezus letterlijk naar de aarde zal terugkeren voordat (pre) het millennium begint en dat Hij het zelf zal inluiden en erover zal regeren. Premillennialisten kunnen wat betreft hun centrale benadering van de profetische Geschriften in twee groepen worden verdeeld: historische premillennialisten en dispensationele premillennialisten. Het fundamentele verschil tussen de twee is de nadruk die beide leggen op de natie Israël tijdens het millennium, de periode van duizend jaar waarin Christus op aarde zal regeren (zie Openbaring 20:1-7).
Historische premillennialisten geloven dat schriftuurlijke profetie, vooral de passages in Daniël en Openbaring, de hele geschiedenis van de Kerk in symbolische vorm weergeeft. Zo kijken ze naar het verleden en heden van de Kerk om profetische vervulling te vinden en om te zien waar ze zich bevinden in Gods profetische tijdschema. De meeste historische premillennialisten zijn van mening dat de natie Israël een nationale redding zal ondergaan onmiddellijk voordat het millennium wordt ingesteld, maar dat er geen nationaal herstel van Israël zal plaatsvinden. Het volk Israël zal dus geen speciale rol of functie vervullen die verschilt van de Kerk.
In tegenstelling tot het historisch premillennialisme heeft het dispensationeel premillennialisme aan populariteit gewonnen onder moderne evangelicals. Dispensationele premillennialisten zijn van mening dat de tweede komst van Christus, en de daaropvolgende vestiging van het duizendjarige koninkrijk, voorafgegaan zal worden door een periode van zeven jaar die bekend staat als de ‘Verdrukking’, de aardse activiteit van de Antichrist en de uitstorting van Gods genade. toorn over de mensheid. Dispensationele premillennialisten zijn van mening dat de natie Israël zal worden gered en in het millennium zal worden hersteld naar een vooraanstaande plaats. Israël zal dus in het millennium een speciale dienstfunctie hebben die verschilt van die van de Kerk.
Een ander verschil is dat de meeste premillennialisten in de dispensationele tijden van mening zijn dat het millennium letterlijk 1000 jaar beslaat, terwijl sommige historische premillennialisten beweren dat de 1000 jaar figuurlijk voor een lange periode geldt. In wezen bestaat het fundamentele verschil tussen historisch premillennialisme en dispensationeel premillennialisme uit de nadruk van laatstgenoemde op het handhaven van een onderscheid tussen de natie Israël en de Kerk. Volgens dispensationalisten zal het millennium een periode in de geschiedenis zijn waarin God terugkeert naar het vervullen van Zijn oudtestamentische beloften aan het etnische Israël, nadat dit moderne “Kerktijdperk” waarin we vandaag de dag leven, is afgelopen. Als zodanig zal het millennium een staat van Joodse heerschappij over de hele wereld zijn, samen met een onlangs gerestaureerde Joodse tempel en priesterschap.
De christenen die met Christus regeren zullen allemaal een eeuwig, verheerlijkt lichaam hebben gekregen en geestelijk zullen regeren, terwijl de joden de wereld fysiek zullen bezitten en zullen leven, trouwen en sterven (hoewel ze blijk geven van een ongelooflijke lange levensduur), net zoals mensen dat de hele tijd hebben gedaan. de geschiedenis van de wereld. Pas na deze periode van duizend jaar, waarin God Zijn beloften aan het etnische Israël vervult, zal Christus een laatste rebellie neerslaan en de eeuwige staat met zijn Nieuwe Hemel en Nieuwe Aarde inluiden (Openbaring 21-22).
Het historische premillennialisme vereist daarentegen niets van deze strikte dichotomie tussen Gods geestelijke volk, de Kerk, en Zijn fysieke volk, etnisch Israël; het kijkt slechts vooruit naar een tijd waarin Christus zichtbaar op aarde zal regeren, voordat Hij de eeuwige staat tot stand brengt.
Wat leren de verschillende denominaties?
Amillennialistische positive
De oosterse en oosters-orthodoxe kerken hebben lange tijd een millenniumpositie bekleed, net als de rooms-katholieke kerk.
Postmillenniumpositie
Postmillennialisme was een populair geloof tijdens de Verlichting en de Industriële Revolutie. De combinatie van filosofische en wetenschappelijke vooruitgang zorgde ervoor dat mensen dachten dat ze een niveau van verfijning en moraliteit hadden bereikt dat onvermijdelijk zou blijven groeien totdat de mensheid de utopie bereikte. Evolutie ‘bewees’ dat de samenleving zich zou blijven verbeteren.
De afgelopen jaren hebben het postmillennialisme en zijn cohorten theonomie, dominionisme en christelijk reconstructionisme echter een comeback gemaakt. Sommigen geloven dat christenen de dominante kracht in de politiek, het onderwijs en de cultuur moeten zijn. Anderen geloven dat we stilletjes moeten evangeliseren, nieuwe christenen moeten creëren, en vervolgens christelijke gezinnen, scholen, gemeenschappen, steden en staten, en dan zullen we de christelijke natie zijn die Jezus nodig heeft.
Eenmaal thuis in gereformeerde kringen, hebben de heerschappijtheologie en het christelijk reconstructieisme een impact op de overtuigingen van veel charismatische kerken in de vorm van de Kingdom Now-theologie.
Premillennialistische positive
De Evangelische Kerken hebben de neiging om de dispensationele pre-millennialistische positie in te nemen, hoewel sommigen de historische pre-millennialistische visie aanhangen.
Recente reacties