Ik ben opgegroeid in een fijn gezin, met mijn vader, moeder en broer. We zijn altijd gelovig opgevoed: en zoals standaard elke avond bidden voor het eten en slapen gaan. En zondag naar de kerk.
Voor mij was geloof — Jezus — eigenlijk altijd een vanzelfsprekendheid. Het hoorde erbij, er waren gewoontes die ik had geleerd. Mijn vader maakte me er als tiener ook regelmatig van bewust dat “God alles ziet” wanneer ik weer eens verkeerde keuzes wilde maken. Mijn wens was dan ook altijd om in een kerk te trouwen en mijn kinderen te laten dopen. Niet zozeer uit een persoonlijke overtuiging, maar omdat dat nu eenmaal normaal was.
Na twee stukgelopen relaties ontmoette ik op mijn 21e vrij snel mijn man, Nathan. En eigenlijk is toen ook mijn echte weg met God begonnen. We voelden al snel dat God ons voor elkaar bedoeld had, maar dat we elkaar pas op Zijn juiste tijd hadden ontmoet.
In diezelfde periode kwam ook het bericht dat mijn moeder ongeneeslijk ziek was. Vanaf dat moment hebben we gebeden en gehoopt dat God haar zou genezen. Maar na tweeënhalf jaar is ze overleden — nu ondertussen vier jaar geleden.
Die tijd bracht me door hele donkere dagen. Dagen waarop ik alleen op de bank zat, niet wist wat ik moest doen en alleen maar kon huilen. Ik was nooit boos op God, maar ik kon niet omgaan met mezelf en mijn verdriet. Het was ooit zelfs zo erg dat ik onderweg naar elke boom keek met de gedachte: “Als ik er nu tegenaan rijd, is mijn pijn voorbij.”
Na verloop van tijd ging het toch wat beter. Ik kreeg een nieuwe baan en dat gaf me afleiding. Maar toen ik na twee jaar opnieuw van baan wisselde, kwam alles weer terug. Ik haalde nergens meer plezier uit.
Nathan is in die tijd mijn grootste geschenk geweest, mijn houvast — precies wat ik nodig had. Toch bleef de vraag in mij: waarom voel ik me nog steeds zo slecht? Mijn geloof was er wel, maar een echte innerlijke relatie met God had ik nog niet.
In Matteüs 11 vers 28 tot 30 staat ook: “Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven. Neem Mijn juk op u, en leer van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en u zult rust vinden voor uw ziel; want Mijn juk is zacht en Mijn last is licht.’ – Mattheüs 11:28-30
Als ik nu terugkijk, weet ik zeker dat God mij altijd gedragen heeft, ook op de momenten dat ik Hem teleurstelde. Zijn liefde is onvoorwaardelijk. Hij strekt Zijn hand uit naar iedereen, maar Hij dringt zich nooit op. Het is aan ons of we Zijn hand aannemen. Dat betekent niet dat het leven makkelijker wordt — soms misschien juist moeilijker. Dat zie je ook met mijn moeder. Maar dit leven hier is tijdelijk, terwijl er een eeuwig leven is met Hem in de hemel.
Een paar maanden geleden lag ik ’s nachts wakker en besefte ik ineens Gods liefde. Midden in mijn pijn en verdriet dacht ik: “Wauw… Hij bestaat echt. En Hij is altijd bij me geweest.” Toen wist ik: Hij verdient het dat ik openlijk voor Hem kies. Niet uit verplichting, maar uit liefde en dankbaarheid.
God is alles voor mij. Wanneer het goed gaat, wanneer het slecht gaat — wat er ook gebeurt, ik heb Hem nodig en wil Hem in mijn leven. Velen zullen misschien niet begrijpen wie Jezus is of wat het geloof betekent. Maar tegen iedereen die mij in de toekomst spreekt wil ik zeggen: ik zal Jezus altijd benoemen. Niet om je te overtuigen, maar om te laten zien wie ik ben met Hem, en hoe Hij levens ten goede kan veranderen.
God is als de wind: je ziet Hem niet, maar als je goed luistert en je hart openstelt, kun je Hem wel ervaren.
De leegtes die wij voelen en proberen te vullen met allerlei dingen in het dagelijks leven, kunnen uiteindelijk alleen echt gevuld worden door de ware Koning: Jezus Christus.
Jezus is gestorven voor mij.
En daarom wil ik leven voor Hem.
Daarom sta ik hier vandaag: om mijn vertrouwen en mijn liefde voor God met jullie te delen — met al mijn dierbaren.
Simone



Recente reacties